In 1902 schreef Thomas Mann de novelle Gladius dei. In het München van rond 1900 betreedt een zonderlinge figuur een kunsthandel. Hij gaat tekeer over de wellustige kunst met schaars geklede vrouwen die in de etalage te zien is. Daarvan is Hieronymus niet gediend. Mann schrijft dat zijn hoofdpersoon gekleed is in een lang gewaad met een capuchon die hij over zijn hoofd getrokken heeft. Verder heeft Hieronymus een grote opvallende haakneus.
Alpenjager
Kaputt heet de roman, die beschouwd wordt als zijn belangrijkste werk, van Curzio Malaparte. Het boek ligt al jaren onaangeroerd op mijn stapeltje nog te lezen boeken. Maar misschien verandert dat door een foto die ik van Malaparte tegenkwam.
[Lees meer…] overAlpenjagerSchoenen
“De schoenen, die qua model wel iets van pantoffels weghadden, verkeerden in sterk verweerde staat: het leer was op het zwarte af donkerbruin, over het hele oppervlak gebarsten, en hier en daar gescheurd en met rafelige touwtjes bijeengehouden. Ingedeukt, verzakt, uitentreuren opgelapt …”
Zo omschrijft A.F.Th. van der Heijden in zijn roman Vallende ouders (p. 35) de schoenen van Petrus Canisius. Schoenen die de status van relikwie hebben gekregen, nadat paus Pius XI Canisius in 1925 heilig verklaarde. En deze schoenen, dit relikwie, worden door Thjum Schwantje gestolen uit het Canisius College in Nijmegen.
Saar de Swart
“Sinds ze minder als naaldkunstenares deed had ze een andere liefhebberij opgepakt: schrijven. Over Pompeï, de kunstacademies in Rome, het Russisch ballet. Nu schreef ze over oud-Italiaanse villa’s, tuinen en parken.”
Dit schrijft Brigitte de Swart in haar roman Omdat de muze over Emilie van Kerckhoff. Dat boek over die oud-Italiaanse villa’s, tuinen en parken zette mij een paar maanden geleden op het spoor van Thekla Maschmeyer. Maar het wekte ook mijn interesse in Emilie van Kerckhoff en vooral Saar (of Sara) de Swart, met wie Van Kerckhoff jarenlang een relatie heeft gehad.
Simon Vestdijk en de bruggen van Venetië
“Als jong meisje had Lucie een blauwe maandag kunstgeschiedenis gestudeerd”, lezen we op pagina 29 van Simon Vestdijks Een Alpenroman over de hoofdpersoon, de 43-jarige Lucie Ebbinge. Op pagina 61 wordt duidelijk dat die kunstgeschiedenistijd in München heeft plaatsgevonden. In de roman speelt dit gegeven nauwelijks een rol, hooguit als Lucie de bestudering van Botticelli in München gebruikt om opnieuw af te reizen naar Zuid-Duitsland. Maar hier is het wel belangrijk.
[Lees meer…] overSimon Vestdijk en de bruggen van Venetië