Pas hoorde ik weer eens Tsjaikovski’s Souvenir de Florence. Toen ik vervolgens wat googlede langs de verschillende uitvoeringen, bleek dat het beeld van Florence toch wel zeer uiteenlopend was.
In het najaar van 1830 begint componist Felix Mendelssohn aan een reis naar Italië. Hij reist naar Venetië, vandaar naar Florence, waar hij enkele dagen blijft, om op 1 november in Rome te arriveren. Daar blijft hij langere tijd. Ergens in 1831 vertrekt hij naar Napels. Vroeg in de zomer keert hij terug in Rome, om vervolgens via de westelijke route opnieuw naar Florence te reizen. En na bezoeken aan Genua en Milaan keert hij terug naar huis. Het is een Grand Tour als van ieder ander.
Muzikaal heeft Mendelssohn geen heel hoe pet op van wat er op dat moment in Italië gebeurt. Zijn belangrijkste ontmoeting vindt in Rome plaats, met Hector Berlioz, de Franse componist die ook op reis is. Daarbij is de reis zeker niet als mislukt te beschouwen. Mendelssohn componeert er grote delen van zijn vierde symfonie, die de bijnaam de Italiaanse krijgt. Ook componeert hij hier kleinere stukken, zoals we al eens hebben kunnen zien.

Een heel andere tastbare herinnering is een aquarelschets, Blick auf Florenz, die Mendelssohn in Florence maakte. Vanaf een helling en omkaderd door bomen zien we de Cattedrale di Santa Maria del Fiore met links het Battistero di San Giovanni en rechts de toren van het Palazzo Vecchio. Het is niet helemaal duidelijk waarvandaan Mendelssohn zijn blik op Florence heeft gehad, maar het meest logisch is, zoals we verderop zullen zien, boven in de Giardino di Boboli. Maar dan komt de plek van het baptisterium toch wat vreemd over. Het is niet helemaal uit te sluiten dat Mendelssohn met de karakteristieke gebouwen van Florence een ideaalbeeld heeft zitten componeren.

Een tweede beeld dat we als albumcover tegenkomen, is van de Russische schilder Vasili Soerikov. Uitgaande van zijn aquarel van Florence, mogen we ervan uitgaan dat hij de stad heeft bezocht. Het werk dateert uit 1884, dus in die tijd zal hij de stad hebben bezocht.
Op de voorgrond van Soerikovs beeld van Florence zien we een weg die naar rechts achter een muur verdwijnt. De stad zelf ligt meer in de verte en is opvallend wit. Het lijkt wel alsof Florence een beetje in de mist gehuld is. Zonder duidelijk te kunnen zeggen waar het hem precies in zit, komt Soerikovs beeld van Florence op mij meer Russisch over dan Italiaans. Overigens schilderde Soerikov in hetzelfde jaar nog een aquarel met de titel Florence, met nagenoeg dezelfde compositie. Alleen zijn de kleuren daar helderder en lopen er in het midden wat mensen op de weg.

Ook van de Duitse landschapschilder Oswald Achenbach is een schilderij gebruikt. Van hem is bekend dat hij meerdere reizen door Italië heeft ondernomen. In 1898 schilderde hij zijn Blick auf Florenz. Andermaal zien we de stad min of meer uit dezelfde richting. Maar Achenbach heeft zich niet bijzonder ingespannen in de detaillering. Het is allemaal een beetje modderig, alsof hij zich met alle vernieuwingen van het impressionisme en het post-impressionisme niet zo goed raad wist.

Een heel ander perspectief krijgen we bij een prent die wordt toegeschreven aan de Engelsman James Duffield Harding. Van hem is bekend dat hij veel gereisd heeft, door Europa, maar zelfs tot aan India toe. Rond 1830 legde hij in Florence de Ponte Santa Trinità vast. In de prent ontneemt die brug het zicht op de Ponte Vecchio. Aan de overzijde van de Arno zien we een toren, de fameuze toren van het Palazzo Vecchio. Op de kade zien we bij Harding veel bedrijvigheid. De levendigheid wordt in de prent nog vergroot door de frisse kleuren. Harding heeft door heel Italië kleurenlitho’s gemaakt, maar dat was doorgaans zwart-wit met een steunkleur. De grote hoeveelheid kleuren in deze prent doet vermoeden dat hij de litho met waterverf heeft ingekleurd.

De laatste blik op Florence, die ik ben tegengekomen en die als albumcover voor Souvenir de Florence is gebruikt, is van Camille Corot. We zien een plein met een balustrade. Voor een grote cipres zijn twee geestelijken in gesprek. Bij Corot zien we meer naar achteren de Santa Maria del Fiore en de toren van het Palazzo Vecchio. De titel vertelt ons waarvandaan Corot naar de stad gekeken heeft, Florence. Vue prise des jardins Boboli.
Lang heeft Corot geschilderd in de traditie van Claude Lorrain. Die verlevendigde zijn landschappen geregeld met herders of herderinnetjes. Die functie is hier weggelegd voor de twee geestelijken. Je zou bijna gaan denken aan de Duitse romantiek van Caspar David Friedrich of Moritz von Schwind geregeld met monniken hun landschappen van een levend element hebben voorzien.
In 1892 ging Tsjaikovski’s Souvenir de Florence in première, twee jaar nadat hij in Florence de eerste schetsen op papier had gezet. Kijken we nu wanneer de afbeeldingen voor de covers gemaakt zijn, dan kunnen we constateren dat Mendelssohn en Harding nagenoeg op hetzelfde moment in Florence zijn geweest, in 1830. Corot was er een paar jaar later, rond 1835. Soerikov was toien nog niet geboren. Hij kwam pas een halve eeuw later, rond 1884, dus wel nog net voor Tsjaikovski. En Achenbach ten slotte, die kwam, zoals we al hebben gezien, pas acht jaar na de componist. En vraag je me nu welk van de vijf werken ik als Souvenir de Florence zou willen hebben, dan twijfel ik tussen Harding en Corot.

Geef een reactie