
Latijnse dichtregels van Constantijn Huygens
Gevonden in het Valkhofpark in Nijmegen
Constantijn Huygens (1596 – 1687) kreeg een gedegen opvoeding. Hij leerde diverse instrumenten bespelen, sprak al vroeg diverse talen, kon paardrijden, schermen, omgaan met piek en musket, tekenen en boetseren en hij kreeg les in wiskunde, rechten en logica. In 1616 ging Huygens rechten studeren in Leiden. In 1620 reisde hij als secretaris van ambassadeur François van Aerssen mee naar naar Venetië. In 1621 wisselde hij gedichten uit met Pieter Cornelisz. Hooft, waarbij de beide dichters elkaar probeerden te overtreffen. In 1627 trouwde Huygens met Suzanna van Baerle, die tien jaar later al zou overlijden. In 1642 vestigde Huygens zich in Hofwijck, het buitenverblijf in Voorburg, dat hij speciaal had laten bouwen. Als diplomaat begeleidde hij geregeld vorsten op buitenlandse reizen, hij correspondeerde met talloze lieden over zeer uiteenlopende onderwerpen en hij bleef poëzie schrijven. Waar hij dat aanvankelijk veelal in het Latijn en het Frans deed, moedigde Jacob Cats hem aan om ook in het Nederlands te schrijven.
Vertaling:
“Hier stond hij, hier zag hij knarsetandend de adelaars, hier zag Claudius met grimmige blik de wrekende legers naderen.”
De tekst herinnert aan de Bataafse Opstand in 69 na Chr.

Geef een reactie