Zeg Arnolfo di Cambio en Filippo Brunelleschi en je denkt aan de Duomo van Florence. De Cattedrale di Santa Maria del Fiore staat midden op het Piazza del Duomo. Langs een van de lange kanten van het plein vinden we het Palazzo dei Canonici. In twee nissen in de gevel heeft beeldhouwer Luigi Pampaloni beide bouwmeesters vereeuwigd.
Brunellesco di Filippo Lapi was een welvarende notaris in het Florence van de veertiende eeuw. In 1377 werd zijn zoon Filippo geboren. Het liefst had de notaris zijn zoon in zijn voetsporen zien treden, maar de jonge Filippo had meer belangstelling voor het oplossen van mechanische vraagstukken. Op zijn vijftiende werd hij als leerling toevertrouwd aan een goudsmid. Al snel had hij allerlei technieken voor het zetten van edelstenen onder de knie. Daarnaast hield hij zich bezig met het bestuderen van klokken. Mogelijk heeft hij toen al een eerste wekker ontwikkeld. Filippo Brunelleschi was 21 toen hij de meesterproef als goudsmid aflegde.

Drie jaar later raakte Brunelleschi rechtstreeks betrokken bij de bouw van de kathedraal. Het machtige gilde van de lakenhandelaars schreef een wedstrijd uit voor het ontwerp van de deuren van het baptisterium. Brunelleschi gooide met zijn inzending hoge ogen, zozeer zelfs dat de jury geen uitspraak durfde te doen. In al haar wijsheid besliste ze dat Brunelleschi samen met Lorenzo Ghiberti samen de opdracht moesten uitvoeren. Maar omdat Brunelleschi dat zou hebben geweigerd, kon Ghiberti zijn eigen ontwerp uitvoeren. En daar beroemd mee worden.
Ook voor het ontwerp van de koepel werd, zo’n vijftien jaar later, een wedstrijd uitgeschreven. Aanvankelijk was Brunelleschi, mogelijk vanwege zijn opstelling over de deuren, van deelname uitgesloten. Maar volgens de overlevering paste Brunelleschi de truc toe die later aan Christoffel Columbus werd toegeschreven. Hij wist degenen die moesten beslissen voor zich te winnen door een ei op zijn bolle kant op een marmeren plaat te laten staan.

Een van de grote opgaven voor de koepel was dat die rond moest worden, maar een achthoekige basis had. De koepel bestaat uit twee schillen waartussen zich een trap bevindt. Het verhaal gaat dat het bouwen van steigers hier te ingewikkeld was, waarna Brunelleschi het trapgat liet volstorten met zand. Om dat zand na de voltooiing van de bouw weer te verwijderen, zouden muntstukken door het zand zijn gemengd. Wie bij het verwijderen van het zand een muntstuk vond, mocht dat houden.
Mogelijk heeft Brunelleschi al eerder, tijdens een verblijf in Rome, koepels in die stad bestudeerd en voor dit probleem een oplossing gevonden. Hoe het ook zij, de koepel voor de Santa Maria del Fiore kan gezien worden als het architectonische hoogtepunt van Brunelleschi’s werk.
In de Via de’ Ginori in Florence hangt een plaquette met de tekst:
Qui abito e mori il XVII dicembre M DCCC XLVII LUIGI PAMPALONI cui natura pose in mano lo scalpello e lo studio del vero e l’intelletto dell’ arte feoero emulatore dei grandi maestri. (Hier woonde en stierf op 17 december 1847 Luigi Pampaloni aan wie de natuur de beitel en de studie van de werkelijkheid in handen gaf en wiens kunstzinnig inzicht hem tot navolger van de grote meesters maakte).

Pampaloni werd in 1791 geboren in Florence. Hij studeerde aan de academie van Carrara, de stad van het marmer en werd beeldhouwer. Terug in Florence maakte hij halverwege de jaren ’30 van de negentiende eeuw voor het kort tevoren voltooide Palazzo dei Canonici twee beelden, een van Arnolfo di Cambio, die de Santa Maria dei Fiori ontwierp en een van Filippo Brunelleschi, die verantwoordelijk was voor de koepel.
Met dat laatste beeld is iets vreemds aan de hand. De blik van het beeld, van Brunelleschi dus, is omhoog gericht, naar de koepel. Je zou de blik kunnen duiden als verwondering of misschien ook wel verbazing, dat iemand zoiets moois heeft kunnen bedenken. Maar in zijn handen heeft Brunelleschi een passer. Zijn blik is er dus meer een van studie, van een poging te doorgronden hoe een architect zoiets bijzonders heeft gepresteerd. Terwijl hij nota bene zelf die architect was! Het beeld lijkt daardoor het verhaal te vertellen van iemand die puur toevallig iets moois heeft gebouwd en pas achteraf wilde weten hoe hij dat gedaan heeft. Het lijkt me dat dat uitgerekend voor de architectuur wel de slechtste, want meest riskante, manier van werken is. En dat brengt me dan weer bij die tekst op de plaquette. Ik weet niet wie hem heeft geschreven, maar door Pampaloni’s beeld van Filippo Brunelleschi heb ik toch wel ernstige twijfels bij het kunstzinnig inzicht van de beeldhouwer.

Geef een reactie