De zachte krachten zullen zeker winnen, dichtte Henriëtte Roland Holst eens. Een werk van de Poolse kunstenares Magdalena Abakanowicz vraagt om een bespiegeling over krachten, over hard en zacht, over winnaars en verliezers.
Qin Shi Huangdi wordt gezien als de eerste keizer van China. Naar verluidt was Zheng dertien jaar oud toen hij als koning op de troon van de staat Qin kwam. In negen jaar tijd veroverde hij de zes andere Chinese staten. In 221 v. Chr. riep Zheng zichzelf uit tot keizer. Huangdi uit zijn naam is een samentrekking van twee woorden en betekent zoveel als verheven heer. Hij voerde een stelsel in dat uitgaat van gehoorzaamheid aan de wetten die openbaar zijn afgekondigd. Daarnaast standaardiseerde hij het Chinese schrift, munten en gewichten. Om zijn heerschappij te handhaven moet hij volgens overgeleverde verhalen met harde hand geregeerd hebben, op het wrede af. Maar dat hij honderden geleerden levens zou hebben laten begraven zoals eeuwenlang over hem is verteld, daarover hebben onderzoekers tegenwoordig flinke twijfel. Wel nam hij, om zijn verenigde rijk te beschermen tegen invallen vanuit het noorden, het initiatief voor de bouw van de Chinese muur.
Qin Shi Huangdi zou geobsedeerd zijn geweest door de mogelijkheid dat hij onsterfelijk was of zou kunnen worden. Zo zou hij missies overzee hebben uitgerust om op zoek te gaan naar mythische eilanden waar de geheimen van onsterfelijkheid bekend zouden zijn. Volgens een Chinese historicus uit de eerste eeuw v. Chr. is een dergelijke missie nooit teruggekeerd uit angst voor executie vanwege het slechte nieuws dat ze de keizer zouden moeten brengen. Volgens de overlevering is de keizer aan zijn einde gekomen, door het slikken van kwikpillen, die hem, ironisch genoeg, juist zijn gewenste onsterfelijkheid hadden moeten opleveren. Qin Shi Huangdi ligt begraven vlakbij de huidige stad Xi’an.

Die begrafenis moet nogal wat voeten in aarde hebben gehad. Waar er zo’n 350.000 arbeiders betrokken zijn geweest bij de bouw van de Chinese muur, moet voor de begraafplaats van de keizer het dubbele aantal zijn ingezet. Het werk eraan begon al toen Qin Shi Huangdi net keizer was geworden. Zijn mausoleum, vormgegeven als een paleis ligt onder een grafheuvel van zo’n zeventig meter hoog. Muren waren tien tot twaalf meter dik en het hele complex beslaat zo’n 2,5 vierkante kilometer. Rondom het graf, dat tot dusver nooit gevonden is, moeten tal van andere ruimtes met grafgiften hebben gelegen.
Op 29 maart 1974 deden Chinese boeren, die een put wilden graven, een ontdekking: een soldaat van terracotta. Het was het begin van de grootste archeologische opgraving ooit. Duizenden soldaten zijn sindsdien aan het licht gekomen. Het terracottaleger bestaat uit voetvolk, kruisboogschutters en ruiters met strijdwagens en paarden. Een deel van het leger is levensgroot en gepolychromeerd. Andere soldaten zijn tussen de 50 en 75 centimeter groot. Inmiddels zijn er 8000 terracottakrijgers opgegraven, maar het is niet uitgesloten dat er zich nog meer onder de grond bevinden. De enorme legermacht moet de keizer hebben bewaakt en mogelijk ook hebben begeleid in zijn postuum streven naar onsterfelijkheid. Ook al is hij daarin niet geslaagd, het laat wel zien hoe machtig en misschien ook wel krachtig de keizer bij leven al is geweest.

In schril contrast met het terracottaleger staat het werk Backs van de Poolse kunstenares Magdalena Abakanowicz, waarbij uiteraard direct het aantal opvalt. Geen 8000, maar slechts twaalf figuren. En waar die 8000 terracottakrijgers uit China stuk voor stuk persoonlijke trekken hebben, ontbreken die bij Abakanowicz. Bij haar figuren ontbreken de hoofden. Sterker nog, het enige wat we bij Abakanowicz zien, zijn achterhoofden, ruggen en dijbenen. Geen gezichten die emotie laten zien, geen onderarmen en -benen, geen handen en voeten. Maar wat het grootste verschil is, is dat er bij de twaalf van Abakanowicz sprake is van verslagenheid. Hier geen zichtbare kracht, maar berusting in wat hen mogelijk nog te wachten staat, verslagenheid en misschien ook wel schaamte dat ze zich hebben laten pakken en zodoende geen rol meer spelend in de strijd.
Abakanowicz, geboren in 1930, stamt uit een aristocratisch geslacht. Haar vader zou stammen uit een machtige familie uit Mongolië met de naam Abaka Khan. Al tijdens de Russische revolutie van 1917 werd een groot deel van de familie, toen klaarblijkelijk nog woonachtig in Rusland, vermoord. Ook Abakanowicz’ moeder, Helena Domaszowska, was welvarend en had tot in de 18e eeuw veelvuldig contact met de Poolse koningen. Magdalena Abakanowicz groeide op op een familielandgoed, ging niet naar een reguliere school en had zodoende weinig contact met leeftijdgenoten. Na de Tweede Wereldoorlog was er van die geprivilegieerde positie van de familie niets meer over.
Vanaf 1949 studeert Abakanowicz schilderkunst en textiel aan de kunstacademie in Sopot. Later verhuist ze naar Warschau, maar de omstandigheden worden er niet beter op. Ze moet zich met allerlei baantjes in leven weten te houden en met Polen als satellietstaat van de Sovjet Unie is op de Poolse academies het sociaalrealisme de dominante kunstopvatting. Abakanowicz voelt zich er danig door beknot. Vaak schildert ze ’s nachts en uiteindelijk weet ze af te studeren. Om als kunstenaar te kunnen werken wordt ze lid van de Poolse vereniging van beeldende kunstenaars. Mede door haar opleiding textiel vindt ze werk in een zijdefabriek.
Via haar eerste tentoonstelling, die nota bene op het laatste moment wordt afgelast, komt ze in contact met Maria Laszkiewicz, die als professioneel weefster Abakanowicz aan het weven krijgt. Vanaf dat moment is de textiel definitief Abakanowicz’ materiaal. Inmiddels wordt ze gezien als de kunstenares die een nieuwe beeldtaal ontwikkelde in de beeldende kunst: sculpturen van textiel. Doorgaans gaat het om driedimensionale vormen, die naar de maakster Abakan worden genoemd. Maar ze maakt ook werk dat meer neigt naar figuratie, zoals het hierboven beschreven Backs. En misschien zit daarin wel een belangrijke kracht van Abakanowicz, dat ze met een zacht materiaal als jute, verstevigd met hars, een keiharde realiteit weet vorm te geven, namelijk dat een veldslag, een strijd, een oorlog niet alleen winnaars kent, maar ook, waar doorgaans minder oog voor is: verliezers.

Geef een reactie