Pas zag ik in Rotterdam een gevelreliëf van een man met een verrekijker. Het bleek het startpunt van een bredere beschouwing, van de kunst en van de wereld.
Lees verder: Wereldbeschouwing
Heel relaxed lijkt hij op een muurtje te zitten. Zijn koffer naast hem duidt erop dat hij eigenlijk onderweg is. Tegelijkertijd verraden zijn schouders dat hij nadrukkelijk zit te turen door zijn verrekijker. Waarnaar hij tuurt is voor de toeschouwer slechts gissen. Dat er überhaupt sprake is van toeschouwers komt omdat het mannetje op het muurtje niet echt is. Het is een beeld dat gemaakt is door Erik Buijs. Het muurtje staat aan de bovenkant van een weitje langs de Floraweg in Nijmegen. Hier op deze helling zit Kinderboerderij Kobus. Met zijn beeld, gemaakt in opdracht van de gemeente Nijmegen, heeft Buijs op een slimme manier het hooggelegen deel van de wijk Wolfskuil verbonden met het lager liggende deel. Door de manier waarop het beeld op het muurtje geplaatst is, heb je als toeschouwer twee mogelijkheden: óf je kijkt met hem mee naar beneden, óf je ziet hem daarboven in de verte zitten.

Van dat verschil is in Rotterdam geen sprake. Door de plek op de gevel kun je alleen maar met de man meekijken. En zelfs dat niet, want door de blinde muur waarop de tekening, het ijzeren reliëf, is geplaatst, is er niets te zien. Toch heet het werk The Horizon. De gevel is van het voormalige Zeemanshuis, waar vroeger passerende zeelieden, die de haven van Rotterdam aandeden, konden logeren. “Het doel van de vaart bevindt zich altijd aan of achter de horizon”, is de gedachte achter het werk. Maar de zeeman, herkenbaar aan zijn pet, ziet die horizon hier helemaal niet. Dat is ook het vernuftige spel dat kunstenaar Cor Kraat met de toeschouwer speelt. Hij zet jou als het ware in de schoenen van de zeeman, met de man op de gevel word jij degene die in de verte kijkt. Je ziet niets, maar tegelijk ga je je afvragen wat je zou kunnen zien.
Nog ingewikkelder wordt dat bij de conceptuele kunstenaar Ottmar Hörl. Hij maakte diverse uitvoeringen van wat hij noemt een Weltanschauungsmodell. Het zijn kunststoffen beelden, waarvan versie IB, III en IV met een verrekijker de wereld in kijken. Ze zijn gebaseerd op de filosofische ideeën van Immanuel Kant. In zijn Kritik der Urteilkraft gaat het onder meer over waarnemen en waarderen. Ook gaat het over esthetiek en daar gaat Hörl met zijn beelden, die in enorme hoeveelheden en in diverse kleuren geproduceerd en verkrijgbaar zijn, extra op in. Iedereen die een Weltanschauungsmodell aanschaft, bepaalt door de plaats die hij het beeld geeft, hoe hij naar het beeld kijkt, hoe het beeld het best in zijn omgeving past, maar ook in welke richting het beeld kijkt. En kennelijk was dat voor Hörl nog niet genoeg. Met zijn Weltanschauungsmodell II voegde hij nog eens een extra betekenislaag toe. Model II is namelijk niet zoals de andere modellen uitgerust met een verrekijker. Nee, model II heeft de handen voor de ogen geslagen. Hier gaat het dus niet om kijken en zien, maar om voorstellen en verbeelden.

Het beeld zonder titel van Erik Buijs in Nijmegen dateert uit 1999. Cor Kraat maakte The Horizon in 2004. Eigenlijk zijn hetWeltanschauungsmodelle avant la lettre. Ottmar Hörl begon zijn Weltanschauungsproject in 2016. De mogelijkheid dat hij zich op het werk van zijn voorgangers gebaseerd heeft, acht ik minimaal. Maar de gevolgen zijn groot. Je zou kunnen zeggen dat Hörl met zijn modellen de verrekijker als detail in de beeldende kunst overbodig heeft gemaakt.
*****

Van Sybrand kreeg ik een foto van een van de Plotse beelden van kunstenaar Dick Jansen. Jansen schreef bij het beeld een gedicht.

Geef een reactie