Op 1 juli 1938, vandaag precies 88 jaar geleden, rondde Jettie Derksen haar opleiding aan de Theologisch-maatschappelijke afdeling van de Katholieke Universiteit Nijmegen af. En gisteren moest ik naar de tandarts. Tussen die beide gebeurtenissen loopt een draadje met heel veel rafeltjes, waarvan de heilige Titus Brandsma er een is.
Op 24 januari 1916 werd in Den Haag Hendrika Agnieta Derksen geboren. Ze kon goed leren en bezocht de hbs. Op enig moment, wanneer precies is niet helemaal duidelijk, verliet haar vader het gezin en verhuisde Jettie, zoals ze genoemd werd, met haar moeder naar Nijmegen. Na de hbs deed ze een jaar Schoevers, waar ze onder meer leerde typen in vier talen, een vaardigheid die haar later als secretaresse nog goed van pas zou komen. Maar na dat jaar wilde ze meer. Ze droomde ervan om theologie te studeren, maar in de jaren ’30, toen de universiteit in Nijmegen net tien jaar oud was en de katholieke kerk nog heel veel te zeggen had over het dagelijks reilen en zeilen, was dat voor meisjes niet mogelijk. De studie Theologie was uitsluitend bedoeld voor priesterstudenten. Maar er was wel een alternatief: de Theologisch-maatschappelijke afdeling. En daarvoor meldde Jettie Derksen zich aan.

Jettie Derksen stortte zich vol overgave in het Nijmeegse studentenleven. Niet alleen volgde ze colleges binnen de Theologisch-maatschappelijke afdeling, maar ze had ook belangstelling voor kunstgeschiedenis. Zo zijn er aanwijzingen dat ze op zaterdagmiddagen de colleges van professor Gerard Brom volgt, maar ook dat ze op enig moment bij priester en kunsthistoricus Frits van der Meer aanschuift voor diens collegereeks over middeleeuwse mozaïeken.
Ook werd Derksen direct in 1934 lid van het N.S.C., het Nijmeegs Studenten Corps. Feitelijk bestond dit uit twee afdelingen, het in 1928 opgerichte S.S.N. Roland voor mannelijke studenten, en de een jaar later opgericht S.V.N. de Meisjesclub voor vrouwen. Hoe Derksen haar tijd in het corps heeft ingevuld is niet bekend. Wel heeft ze de baret die ze als lid ontving en waarop een gekleurd biesje het studiejaar aanduidde haar hele leven zorgvuldig bewaard. Later zou Jettie Derksen verklaren dat die vier jaar, tussen 1934 en 1938 toen ze in Nijmegen studeerde, de gelukkigste tijd van haar leven is geweest. In 2022, tien jaar na haar overlijden, nam een van haar zoons, via een nicht, contact op met de Radboud Universiteit. Uit de nalatenschap van zijn moeder was de baret weer tevoorschijn gekomen en hij wilde hem graag schenken aan de universiteit.

In 1913 werd aan de Graafseweg in Nijmegen Villa De Wolfskuyl gebouwd. Architect was Cornelis de Groot, afkomstig uit Hilversum. De Groot werd geboren in 1876 als zoon van een bouwondernemer. Vanaf 1905 was hij actief als architect, vooral van villa’s en hoofdzakelijk in het Gooi. Waarom uitgerekend hij de opdracht kreeg voor Villa de Wolfskuyl laat zich niet achterhalen, omdat onbekend is wie de opdracht heeft gegeven voor de bouw. Pas vanaf 1932 is er meer bekend over de villa. In dat jaar nemen de Zusters Kanunnikessen van het Heilig Graf er hun intrek. Ze blijven er tien jaar en in die tijd is het architect Charles Estourgie die de villa uitbreidt met een kapel. Na de Tweede Wereldoorlog nemen in 1948 de Broeders van Oudenbosch er hun intrek. Zij blijven er tot 1989. Na een aantal jaren wisselend gebruikt te zijn, biedt de villa alweer een kleine twintig jaar onderdak aan enkele tandartspraktijken.
Nu bleek dat Villa De Wolfskuyl in die periode voor de oorlog eigenlijk te groot was voor de zuster kanunnikessen. Zij losten dat probleem op door diverse kamers ter beschikking te stellen aan studentes van de Theologisch-maatschappelijke afdeling. Jettie Derksen was een van de gelukkigen. Een hoogtepunt in de week was de woensdagmiddag. Dan kwam Titus Brandsma te voet naar de villa om daar college te geven. Niet alleen de studentes, maar ook de zusters keken daar wekelijks reikhalzend naar uit.
Op 4 juni 2026 werd in Nijmegen het ingrijpend verbouwde Valkhof Museum feestelijk geopend door koningin Maxima. In de vaste collectie geeft het museum een prachtig beeld van de geschiedenis van Nijmegen, van de Romeinen tot nu. De betekenis van de universiteit voor de stad is niet te onderschatten. Dat wordt zichtbaar gemaakt met een portret én met de toga van Titus Brandsma. Direct onder die toga staat een vitrinekastje en daarin ligt … de baret van Jettie Derksen.

Geef een reactie