Dorsoduro

Cultuur ligt voor het oprapen

  • Home
  • Dwarskijken
  • Muurmuseum
  • Poëzie
  • School en kunst
  • Contact

Op zoek naar Schwind (63): Verfhuid

26 april 2026 door Peter Zunneberg Reageer

Verfhuid is de aanduiding van de laag verf die door een schilder op doek in aangebracht. Bij sommige schilders is hij dun en spiegelglad, bij anders juist dikker en hobbelig. Verfhuid is ook de titel van een novelle van Rascha Peper, waarin de negentiende-eeuwse Duitse schilderkunst een vooraanstaande rol speelt.

Van sommige schrijvers wordt wel eens gezegd dat ze kunnen schilderen met woorden. Met hun taal kunnen ze een voorstelling schetsen die de lezer bijna letterlijk kan zien. Voor wie dat zeker gold, is Rascha Peper. In haar novelle Verfhuid beschrijft ze schilderijen van Caspar David Friedrich, van Carl Gustav Carus, van Ludwig Richter en van Arnold Böcklin. En het bijzondere aan die vier doeken is dat ze door de vier kunstenaars nooit geschilderd zijn, maar wel overtuigen als werken van hun hand.

Rascha Peper, Verfhuid

In de novelle staat kunsthandelaar Arnold Kee centraal. Op een dag hernieuwt zich het contact met een excentrieke klant, met wie Kee al eerder zaken heeft gedaan. Deze Karl Terwindus vertelt dat hij de eigenaar is van een nagenoeg onbekende Caspar David Friedrich. Gaandeweg komt Kee erachter dat Terwindus niet altijd even zuiver is in zijn manier van handelen, waardoor je als lezer gaat twijfelen aan de echtheid van het doek of aan een al te schimmige herkomst.
Wie dat niet doen zijn de samenstellers van een tentoonstelling in Keulen rond het thema van Der Wanderer in der Landschaft. Zij vragen Terwindus het doek in bruikleen te geven, maar hij blijft twijfelen. Hij vraagt Kee om advies en die gaat bij Terwindus thuis kijken. Het huis blijkt een soort pakhuis, afgeladen vol met kunst. Behalve de Friedrich ziet Kee er ook een doek van Ludwig Richter en een van Carl Gustav Carus.

Op p. 27 lezen we:
“Op het langwerpige doek was een diepe kloof afgebeeld, waarvan uit de rechter zijwand een geknakte den afhing. Op de bodem van de kloof liep een vrouw in een rode japon over een zonbeschenen pad. Gezien de zonnestand moest het midden op een zomerse dag zijn. Aan de bovenkant piekte een kale berg op de achtergrond, ongetwijfeld een top uit het Riesengebirge. Het uitzonderlijke formaat van het schilderij was nodig om zowel de diepte als de hoogte te omvatten. Je blik ging van beneden naar boven en terug, om telkens uit te komen bij de vrouw in het rood die daar wandelde. Ze was op de rug gezien: een verloren, maar elegant figuurtje omsloten door ontzagwekkend, gapend graniet, dor hout en enkele sprakjes levend groen.”

Kee vindt het doek weliswaar on-Friederichiaans, omdat het geen zwaarmoedigheid, maar melancholie uitstraalt, maar niettemin prachtig. Minder uitgesproken oordeelt hij over Hirtenknabe van Carus, over de man in de roeiboot van Richter en over het liggend naakt van Böcklin. Heel vreemd is dat niet, omdat die eerste twee doeken in het verhaal niet belangrijk zijn. De Böcklin is dat wel, maar daarvan kun je je afvragen of het een gelukkige keuze is. Het thema van de expositie in Keulen, waar de Friedrich te zien zal zijn is Der Wanderer in der Landschaft. Er wordt nota bene opgemerkt dat de oversteek in het bootje van Richter, daar niet in past. Maar waarom Böcklin daar met een liggend naakt wel thuis zou horen, is niet helemaal duidelijk.

Wie daar wel zou hebben gepast, maar mijn mening in dezen is ongetwijfeld gekleurd, is Moritz von Schwind. Hij schilderde diverse Wanderer-voorstellingen en er voor het boek een extra bedenken had niet heel erg ingewikkeld hoeven zijn. Nu moet Schwind het op p. 23 doen met één zinnetje en eigenlijk zelfs maar een halve. “Dit hier is Moritz von Schwind en dit is een Ferdinand von Rayski.” Tegelijk bleek Terwindus wel bereid om hem in zijn collectie op te nemen. Voor Johann Friedrich Overbeck en de Nazarener heeft hij geen goed woord over.

Over de afloop van Verfhuid zal ik uiteraard verder niets zeggen. Maar liefhebbers van schilderkunst, en al helemaal zij die geïnteresseerd zijn in de Duitse negentiende eeuw, maar ook zij die nieuwsgierig zijn naar wat kunst met mensen kan doen, kan ik niet anders dan op het hart drukken: lees Verfhuid van Rascha Peper.

Categorie: literatuur, Op zoek naar Schwind, schilderkunst Tags: Arnold Böcklin, Carl Gustav Carus, Caspar David Friedrich, Ludwig Richter, Moritz von Schwind, Pascha Peper

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Categorie

  • architectuur
  • beeldhouwkunst
  • Chronogram
  • Dwarskijken
  • erfgoed
  • film
  • fotografie
  • Jaar van het boek
  • Kunstcolumn
  • literatuur
  • Muurmuseum
  • muziek
  • omgevingskunst
  • Op zoek naar Schwind
  • poëzie
  • schilderkunst
  • School en kunst
  • stedenbouw
  • street art
  • tekenkunst

Trefwoorden

Amersfoort Amsterdam anoniem Antwerpen Arnhem Den Bosch Den Haag Dordrecht Eindhoven Enschede Franz Schubert Gent Gorinchem Heerlen Hengelo Henri Matisse Ingmar Heytze Johann Wolfgang von Goethe Leeuwarden Leiden Literaire Bakens Maastricht Michelangelo Middelburg Moritz von Schwind München Naarden Nijmegen Pablo Picasso Prerafaëlieten Rafaël Rembrandt van Rijn romantiek Rome Rotterdam sonnet stadsdichter stilleven Tilburg Utrecht Venetië Venlo Willem Wilmink William Shakespeare Zutphen
Alle trefwoorden

Copyright Dorsoduro © 2026 · Log in