
Muza, gedicht van Anna Achmatova
Gevonden in de Van Ledenberchstraat in Leiden
Anna Andrejevna Gorenko (1889 – 1966) werd geboren in de buurt van Odessa, maar groeide van haar eerste tot haar zestiende jaar op in Tsarskoje Selo vlakbij Sint-Petersburg. Hier bezocht ze het gymnasium, maar toen haar ouders in 1905 uit elkaar gingen, verhuisde ze naar het zuiden en rondde ze haar gymnasiumopleiding af in Kiev. Ze begon aan een studie rechten, maar stapte over naar taal- en letterkunde.
Al op haar elfde begon ze met schrijven, maar haar vader verbood haar om dat te doen onder de naam van de adellijke familie waaruit ze stamde. Op haar zeventiende koos de naam van een overgrootmoeder als schrijversnaam, Achmatova.
Tussen 1910 en 1918 was Achmatova getrouwd met Nikolaj Goemiljov. Ze reisden naar Italië, waar zij geportretteerd werd door Amedeo Modigliani en naar Parijs, waar ze voorstellingen van Ballets Russes bijwoonden. Terug in Rusland raakte ze bevriend met Boris Pasternak en Alekasandr Blok. Met onder andere Osip Mandelstam hoorden Achmatova en Goemiljov tot Het Dichtersgilde, dat ook bekend stond als Acmeïsten, dichters die streefden naar het hoogste. Dit deden ze niet zoals de symbolisten, die zich veelvuldig bedienden van hoogdravende metaforen, maar op een meer werelds niveau.
Haar hele leven heeft Achmatova geschreven, maar er zijn periodes geweest waarin ze geen gedichten schreef. Na de Russische revolutie, tijdens de Tweede Wereldoorlog en daarna onder Stalin, heeft Achmatova moeilijke tijden gekend, maar uiteindelijk werd ze gerehabiliteerd. Een jaar voor haar dood ontving ze een eredoctoraat van de universiteit van Oxford. Ook werd ze genomineerd voor de Nobelprijs voor de literatuur.
In 2006 verscheen in de reeks Privé-domein De echte Twintigste Eeuw – Autobiografisch Proza met dagboekfragmenten van Anna Achmatova. Ook haar vriendinnen Nadezjda Mandelstam en Lidija Tsjoekovskaja hebben biografieën aan Achmatova gewijd.

Geef een reactie