
Poëtisch fragment uit een brief van Betje Wolff aan Aagje Deken, geschreven na het overlijden van Wolffs echtgenoot (links),
Gevonden door Sybrand in de Betje Wolffstraat in Rotterdam.
Poëtische reactie van Aagje Deken (rechts),
Gevonden door Sybrand in de Aagje Dekenstraat in Amsterdam.
Elizabeth Wolff-Bekker (1738 – 1804) en Agatha Pieters Deken (1741 – 1804), beter bekend als Betje Wollf en Aagje Deken, ontmoetten elkaar voor het eerst in oktober 1776. Deken was ongetrouwd en had enkele jaren als ziekenverzorgster samengewoond met Maria Bosch, die in 1773 was overleden. Over die jaren samen schreef Deken de bundel Stichtelijke gedichten. Wolff, die getrouwd was met een dominee, had al enkele werken op haar naam staan. Nadat in 1777 Wolffs echtgenoot is overleden, trekt Deken bij haar in. Samen schreven ze de brievenroman Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart. In 1788 verhuisden ze uit onvrede over de politieke situatie in Nederland naar Frankrijk. Daarover publiceerden ze een jaar later Wandelingen door Bourgogne. In 1797 keerden ze uit financiële nood terug naar Nederland en vestigden ze zich in Den Haag. Daar overleed Aagje Deken op 14 november 1804 en Betje Wolff negen dagen later.

Geef een reactie