
Beginregels van een gedicht van Hadewijch
Gevonden door Sybrand op de Kerkdreef in Chaam
Hadewijch was een dertiende-eeuwse Brabantse dichteres en mystica. Vermoedelijk leidde ze een leven als begijn, waarbij haar bezigheden grotendeels bepaald werden door haar religieuze opvattingen, maar waarbij ze niet de behoefte voelde om in te treden in een klooster of zich aan te sluiten bij een orde. Omdat getuigenissen over het leven van Hadewijch ontbreken is er weinig over haar bekend. Wel zijn er geschriften van haar hand overgeleverd, 31 brieven, zestien berijmde brieven en 45 strofische gedichten. Daarnaast heeft ze enkele van haar visioenen op schrift gesteld.
Aan de Kerkdreef in Chaam lag ooit de Pelicaenhoeve, die eigendom was van de Norbertijner abdij van Tongerlo. In later tijden is de hoeve door katholieken gebruikt als schuurkerk. In de negentiende eeuw was de hoeve dermate in verval geraakt, dat besloten werd om hem te slopen. In 1996 werden de fundamenten van het kerkje bij opgravingen blootgelegd. Ze zijn nog altijd zichtbaar. Rondom die fundamenten leverde Pien Storm van Leeuwen met haar Poosplaatsen-project een bijdrage met deze steen met de dichtregels van Hadewijch.

Ik kan niet lezen wat er staat!
Er zit een link bij naar het hele gedicht.