“We gaan een mis bijwonen in St. Paul’s Cathedral” hoorde ik pas iemand in de trein vertellen. Interessant dacht ik nog, maar de twee collega’s aan wie ze het vertelde, konden kennelijk niet zoveel met deze informatie. Waarna nog wat aanvulling volgde en het gesprek, in ieder geval kunsthistorisch, ontspoorde.
“St. Paul’s Cathedral, je weet wel, die kerk die zoveel lijkt op de Sacré-Cœur. Zo vreemd is dat ook niet, ik heb het uitgezocht en ze blijken van dezelfde architect.”
Ik wist niet wat ik hoorde, maar omdat ik niet alle informatie direct paraat had, heb ik er thuis toch even wat informatie op nageslagen.
St. Paul’s Cathedral werd gebouwd door Sir Christopher Wren, de bekendste architect van de Engelse barok. Hij werd geboren in 1632 en overleed in 1723. Hij studeerde in Oxford en werd al in 1653 verkozen tot fellow van All Souls’ College. Hij hield zich bezig met allerlei fysiologische en natuurkundige experimenten. Hij bleef er slechts vier jaar, want in 1657 benoemde Gresham College in Londen hem tot professor in de astronomie. In 1665 reisde Wren naar Parijs en mogelijk deed hij daar zijn eerste ideeën op voor het herstel van St. Paul’s Cathedral. Van echt herstel kwam het niet, nadat een jaar later the Great Fire of London tweederde van de stad volledig in de as legde.
In plaats van de oude kerk hier en daar oplappen, moest er een compleet nieuwe kerk komen. Je zou kunnen stellen dat Wrens architectonische claim to fame het gevolg was van dit catastrofale ongeluk. Zijn plannen voor de herbouw van de stad werden niet allemaal overgenomen. Wel benoemde koning Charles II Wren tot Surveyor of the King’s Works. Wren zou die functie bekleden van 1669 tot 1718. In die hoedanigheid werd Wren in ieder geval verantwoordelijk voor de herbouw van 51 kerken, die hij overigens niet allemaal volledig zelf zou ontwerpen. Dat gold wel voor St. Paul’s Cathedral, waarvan de bouw begon in 1675. In 1697 was de bouw zo ver gevorderd, dat er voor het eerst een dienst kon worden gehouden. Op dat moment ontbrak nog het element dat de kerk zo herkenbaar zou maken, de grote koepel. Pas in 1711 was de bouw van de kerk volledig voltooid.

Gaan we naar Parijs, waar Wren dus al in 1665 was geweest. Over die reis is bekend dat hij er Gian Lorenzo Bernini heeft ontmoet. De bouwkundige ideeën die Wren van Bernini, die op dat moment bekend zou hebben gestaan als de beste kunstenaar van Europa, heeft opgedaan, komen niet van die ontmoeting, maar uit geschriften en tekeningen. Het idee dat Wren tijdens zijn trip ‘even’ een ontwerp voor een kerk zou hebben gemaakt of zelfs betrokken zou zijn geweest bij de bouw, is tamelijk bizar. Weliswaar zijn de jezuïeten er in Frankrijk verantwoordelijk voor dat de aanbidding van het Heilig Hart van Jezus in zwang komt en een belangrijk instrument in de contrareformatie wordt, alleen kerken gewijd aan het Heilig Hart zijn er nog niet. Grootscheeps komt die aanbidding pas in de negentiende eeuw op gang.
Dan is er de plek van de Sacré-Cœur, Montmartre. Al in de Romeinse tijd is er wat bebouwing en in de twaalfde eeuw laat Lodewijk VI er een abdij bouwen. Door de eeuwen heen dient de heuvel vooral als ideale plek om Parijs tijdens belegeringen te beschieten. In 1717 komt er een molen op Montmartre te staan, de Moulin de la Galette. Tijdens de Franse Revolutie wordt de abdij grotendeels met de grond gelijk gemaakt en ontstaat er op Montmartre een gipsmijn. Pas na de Frans-Duitse oorlog van 1870-1871 komen er plannen voor een kerk. Tijdens die oorlog zijn er aan Franse zijde zo’n 45.000 soldaten gesneuveld. Om hen te herdenken, besluit men tot de bouw van de Basilique du Sacré-Cœur de Montmartre. Als architect wordt Paul Abadie aangesteld. Als hij in 1884 overlijdt, nemen zes architecten het werk over. Charles Garnier, de architect van de Opéra, is een van hen.
Dat de Sacré-Cœur een koepel heeft, valt niet te ontkennen. Maar die koepel is veel ranker (en kleiner) dan die van St. Paul. Bovendien is hij slechts vanuit één perspectief, vanaf de voet van de heuvel, beeldbepalend. Zie je de kerk van opzij, dan wordt de koepel (soms letterlijk) overschaduwd door de hogere klokkentoren. Die toren, van 84 meter hoog, past met gemak in St. Paul’s Cathedral, die op het hoogste punt 111 meter is. Uiteindelijk is Sacré-Cœur pas in 1919, na de beëindiging van de Eerste Wereldoorlog, als kerk gewijd. Dus ruim twee eeuwen na de voltooiing van St. Pauls Cathedral en bij tweehonderd jaar na de dood van haar architect Christopher Wren.
Wat mij nog wel interesseert is welke bron de vrouw in de trein heeft geraadpleegd. Ook zou ik graag willen weten of ze ooit nog tot het inzicht komt, dat wat ze met zo grote stelligheid bracht, gebaseerd is op een misverstand.
Foto St. Paul’s Cathedral: Wiki Commons CC BY 2.0 Mark Fosh
Foto Basilique du Sacré-Cœur: Wiki Commons CC BY-SA 2.5 Didier B

Geef een reactie