Een scène in een tv-serie was eens aanleiding om te schrijven over Gabriëlle d’Estrées. En omdat er in Nijmegen een straat (of eigenlijk een hof) genoemd is naar Lavinia Fontana, schreef ik over deze Italiaanse schilderes. Maar enkele schilderijen van Lavinia Fontana brengen beide vrouwen dichter bij elkaar. Misschien hebben ze elkaar zelfs wel gekend.
Het begon allemaal met een van de vreemdste portretten uit de kunstgeschiedenis, van een meisje dat afgezien van haar neus en rondom haar mond, volledig behaard is in haar gezicht. Het lijkt alsof ze een vachtje heeft, die haar de trekken van een poes geven. Ik kende het schilderij wel en heb altijd gedacht dat het een allegorische voorstelling was. Het deed me ook denken aan Giuseppe Arcimboldo, die portretten schilderde die hij samenstelde uit groente en fruit. Maar toen ik me wat meer verdiepte in het portret van Lavinia Fontana, kwam ik interessante feiten tegen. Allereerst heeft het meisje een naam, ze heet Antonietta Gonsalvus. Meer bekend is ze geworden onder haar troetelnaam Tognina. Ze werd geboren rond 1572 en net als haar vader en drie van haar vijf broers leed ze aan hypertrychose, een erfelijke aandoening die overmatige haargroei veroorzaakt. Om haar uiterlijk werd Tognina Gonsalvus ook wel aapmeisje genoemd.

Fontana schilderde het portret in 1595 en ze deed dat volgens mij met veel empathie. Ze toont ons een jonge vrouw die zonder enige schaamte de wereld in kijkt, hoewel haar aandoening daar zeker aanleiding voor zou kunnen hebben gegeven. In haar handen houdt Tognina een briefje waarop staat te lezen dat haar vader ‘een wilde’ was, die ontdekt werd op de Canarische eilanden en werd meegenomen naar het hof van de Franse koning Henri en later terecht kwam aan het hof van de hertog van Parma. Vermoedelijk is de Henri in kwestie Henri III geweest, die koning was van 1574 tot 1589, en een neiging tot extravagantie bezat. Hoe dan ook, in Parijs ontmoette vader Petrus Gonsalvus Catherine Raffelin met wie hij zou trouwen en diverse kinderen zou krijgen, waarvan Tognina er dus een was. Het gezin kreeg van koning Henri een eigen plek waar hij ze veiligheid kon bieden. Die plek was ergens in het park rond het koninklijk paleis in Fontainebleau.

Ook is het niet uitgesloten dat het niet Henri III is geweest, die Petrus Gonsalvus naar zijn hof haalde, maar zijn opvolger Henri IV, die koning was van 1589 tot 1610. Van deze Henri was Gabriëlle d’Estrées de minnares, met wie hij drie buitenechtelijke kinderen kreeg. Bovendien nodigde Henri IV tal van kunstenaars uit om naar zijn hof te komen en daar te werken. Deze kring van kunstenaars staat bekend als de Tweede School van Fontainebleau, die bloeide tussen 1590 en 1620. Het geruchtmakende dubbelportret van Gabriëlle d’Estrées met haar zuster in de badkuip wordt toegeschreven aan deze School van Fontainebleau.

Nou is er nog een ander portret van Gabrielle d’Estrées en dat wordt vaak toegeschreven aan Lavinia Fontana. Of ze het daadwerkelijk geschilderd heeft is niet zeker, er zijn deskundigen die zeggen dat het portret in de stijl van Lavinia Fontana is geschilderd en dat het 17e-eeuws is of zelfs uit de 18e stamt. Fontana overleed in 1614. Maar dat roept de vraag op hoe met zekerheid te zeggen is dat de geportretteerde daadwerkelijk Gabrielle d’Estrées is. Nog ingewikkelder wordt de hele kwestie door een schilderij dat zeker wel van Lavinia Fontana is en waarvan lange tijd gedacht is dat het een portret van Gabrielle d’Estrées was. Inmiddels is men het erover eens dat de geportretteerde Isabella Ruini, afgebeeld als Venus, is. Maar een miniatuur van Marie-Victoire Jaquotot, geschilderd in 1832 en gebaseerd op dat portret van Fontana draagt de titel Portrait de Gabrielle d’Estrées, duchesse de Beaufort anciennement dit Portrait de Diane de Poitiers, duchesse de Valentinois (1499-1566). Kortom er is veel onduidelijk, maar tegelijkertijd zijn er tal van aanwijzingen die een relatie tussen Gabrielle d’Estrées en Lavinia Fontana aannemelijk maken.

Of Fontana ooit in Fontainebleau geweest is en daar d’Estrées daadwerkelijk ontmoet heeft, is vooralsnog in bronnen niet terug te vinden. En bewijs daarvoor is er al helemaal niet te vinden in Fontana’s werk. En toch is er een detail dat zowel bij Fontana als in het werk van de School van Fontaine voorkomt: de onbekende figurant. Ongetwijfeld is die bij veel meer schilders aan te treffen, maar juist in deze context is het wel interessant om er even naar te kijken. Van het dubbelportret in de badkuip zijn verschillende versies. In een ervan is tussen d’Estrées en haar zuster een hofdame te zien die naaiwerk verricht, in een andere versie zien we een min die een baby voedt. De hofdame en de min geven betekenis aan de voorstelling, maar belangrijker, ze vullen de lege ruimte die er tussen de beide hoofdrolspelers bestaat.
Iets dergelijks zien we ook bij een zelfportret van Lavinia Fontana dat ze schilderde in 1577. Net als bij Tognina Gonslavus staat er een tekst met uitleg op het schilderij: Lavinia Virgo Prosperi Fontane Filia Ex Speculo Imaginem Oris Sui Expressit Anno MDLXXVII (Lavinia dochter van Prospero Fontana schilderde haar portret in een spiegel in 1577). De bediende brengt bladmuziek, terwijl Fontana’s handen de toetsen van het spinet al lijken te bespelen. Je zou denken dat je eerst zorgt voor muziek op de standaard en dan pas gaat spelen. De bediende staat hier uitsluitend als beeldvulling en voor balans in de compositie. Om haar iets van betekenis te geven, heeft ze de bladmuziek in handen. Maar het meest eigenaardige zit hem natuurlijk in de bijgevoegde tekst. Als Fontana zichzelf schildert door gebruik te maken van een spiegel, zou ze niet achter een spinet zitten, maar met een palet en penseel achter een ezel moeten staan.

Geef een reactie