
Jij – mei, gedicht van Paul Rodenko
Gevonden in het Baudelopark in Gent door Geert Geenen
Paul Rodenko (1920 – 1966) werd geboren in Den Haag als zoon van een Russische vader en een Engelse moeder. Nadat het gezin afwisselend in Riga en Berlijn had gewoond, vestigde het zich in 1934 definitief in Den Haag. Daar bezocht Paul Rodenko het gymnasium. In zijn laatste jaar verdiepte hij zich in Arthur Rimbaud, Guillaume Apollinaire en Tristan Tzara. Ook begon hij zelf gedichten te schrijven. In september 1940 begon hij in Leiden aan de studie Slavische talen, maar een week later sloten de Duitsers de universiteit. Tijdens de oorlog maakte Rodenko, mede ingegeven door het werk van Sigmund Freud, de overstap naar psychologie. Ook dat werd door de oorlog geen succes. Zijn dichtwerk uit de oorlogsjaren ging in 1945 door een bombardement verloren.
In 1946 ging Rodenko studeren in Parijs. Ook leverde hij als redacteur bijdragen aan literaire tijdschriften zoals Podium. In 1954 publiceerde Rodenko Nieuwe griffels, schone leien, een bloemlezing met poëzie van de Vijftigers. Door zijn verblijf in Parijs was hij in staat die vernieuwende poëzie een plek te geven in een breder Europees verband. Rodenko schreef zelf gedichten, die in 1975, negen jaar na zijn dood, werden uitgegeven onder de titel Orensnijder tulpensnijder, naar een regel uit het gedicht Het beeld. Daarnaast vertaalde hij poëzie uit het Russisch, Frans, Duits en Engels.

Geef een reactie