
De Bozbezbozzel, gedicht van C. Buddingh’
Gevonden door Carla Desain aan de Stakenbergweg, even buiten Nunspeet
Cornelis Buddingh’ (1918 – 1985) werd geboren in Dordrecht en bezocht daar de H.B.S. In 1935 deed hij eindexamen en in 1938 slaagde hij voor de acte MO-A Engels. Vervolgens ging hij in militaire dienst en na de capitulatie kwam hij te werken in de openbare leeszaal in Dordrecht. Nadat er bij hem tbc was geconstateerd verbleef hij van 1942 tot 1943 en van 1947 tot 1949 in Sanatorium Zonnegloren in Soest. Nadat Buddingh’s debuutbundel Het geïrriteerde lied in 1941 was verschenen, ontwikkelde hij tijdens de eerste oorlogsjaren zijn schrijverschap met meer gedichten, maar ook met vertalingen uit het Engels. Daarbij hanteerde hij als schrijversnaam C. Buddingh’, terwijl zijn roepnaam in het dagelijks leven Kees was. Dit leidde niet alleen geregeld tot verwarring, maar bij Buddingh’ zelf ook tot irritatie.
Tijdens de tweede periode in Zonnegloren begon hij met zijn gorgelrijmen, waarvan de Blauwbilgorgel de bekendste was en waarin fantasiewezens centraal stonden. Hij kreeg steeds meer bekendheid door de manier waarop hij live zijn poëzie presenteerde, maar ook door zijn bijdrages aan het televisieprogramma Poets, dat werd gemaakt met een verborgen camera. Eind jaren ’70 schreef hij drie bundels autobiografische verzen, onder de titels De eerste zestig, De tweede zestig en Verzen van een Dordtse Chinees. Samen met tekenaar Otto Dicke verzorgde Buddingh’ een serie strips in diverse dagbladen.
Buddingh’s werk is niet altijd even positief ontvangen. Zo viel schrijver W.F. Hermans Buddingh’ in 1978 fel aan in NRC Handelsblad. Nadat Hermans eerder Menno ter Braak en E. du Perron als schrijvers van dagboeknotities op de korrel had genomen, was nu Buddingh’ aan de beurt. Of die ooit kennis heeft genomen van de kritiek, is nooit helemaal opgehelderd. Ook is niet duidelijk of er een verband is met de verminderde literaire productie van Buddingh’. Ook Remco Campert oordeelde niet bijster positief over Buddingh’, omdat die er verantwoordelijk voor zou zijn dat grote groepen landgenoten poëzie associeerden met “een avondje lachen”.


Geef een reactie