
Val, gedicht van Hendrik Marsman
Gevonden op de zijgevel van Zoeterwoudsesingel 42 in Leiden
Hendrik Marsman (1899 – 1940) had graag marineofficier willen worden, maar een zwakke gezondheid (longaandoening en licht epileptisch) stond dat in de weg. Hij studeerde rechten in Leiden en Utrecht en werkte vier jaar lang als advocaat in Utrecht. Al in zijn studietijd schreef hij gedichten, maar in 1935 besloot hij volledig van zijn pen te gaan leven. Hij was bevriend met Menno ter Braak en E. du Perron en publiceerde net als zij geregeld in Forum. Ook was Marsman literatuurcriticus voor de Nieuwe Rotterdamse Courant. Nadat hij de laatste vier jaar van zijn leven in Frankrijk had gewoond, vluchtte hij aan het begin van de Tweede Wereldoorlog naar Engeland. Aan boord van het schip Berenice deed zich een explosie voor en Marsman overleefde het ongeluk niet. Marsman geldt als een van de belangrijkste Nederlandse dichters van de eerste helft van de twintigste eeuw. Zeker de beginzinnen van Herinnering aan Holland staan gegrift in het collectief geheugen.

Bij het muurgedicht hoort een motto, ontleend aan Georg Trakl, die door Marsman zeer bewonderd werd. Trakl (1887 – 1914) wordt gezien als een van de belangrijkste expressionistisch dichters van Oostenrijk en de hele Duitstalige poëzie. In zijn familie deden zich bij diversen psychische problemen voor. Mogelijk ontkwam Trakl daar zelf ook niet aan. Zijn werk in een apotheek wordt dan ook geregeld gezien als een makkelijke manier om aan verdovende middelen te koemn. Hij overleed aan een overdosis cocaïne.


Geef een reactie