
To make a prairie, gedicht van Emily Dickinson
Gevonden op een gevel op de Marnixstraat in Amsterdam
Emily Dickinson (1830 – 1886) werd geboren in een welgestelde familie in Amherst, Massachusetts. Ze bleef ongehuwd en woonde het grootste deel van haar leven in het huis van de familie in Amherst. Voor haar opleiding bezocht ze zeven jaar lang de Amerst Academy en aanlsuitend een jaar Mount Holyoke Female Seminary. Lang werd aangenomen dat haar isolement een gevolg was van pleinvrees, maar inmiddels neemt men aan dat het Dickinsons eigen keuze is geweest, ‘om dichter bij zichzelf en haar kern te komen’, zoals ze eens heeft verklaard. Helemaal wereldvreemd was ze niet. Zo correspondeerde ze bijvoorbeeld met Henry David Thoreau enwas ze goed op de hoogte van de poëzie van haar tijd, niet alleen Amerikaans, maar ook uit Engeland.
Zelf schreef ze tijdens haar leven zo’n 1800 gedichten, vooral rond thema’s als liefde, dood en onsterfelijkheid, maar waarin ook de natuur en spiritualiteit een rol speelden. Samen met Walt Whitman wordt Dickinson gezien als de grote vernieuwer van de Amerikaanse poëzie, waarbij ze zich minder aantrok van regels over rijm, hoofdlettergebruik en interpunctie. Toch publiceerde ze nauwelijks, mogelijk ook omdat door eindredactie, haar keuzes geregeld ongedaan werden gemaakt. Pas na Dickinsons dood ontdekte haar jongere zuster Lavinia de enorme hoeveelheid gedichten. Een selectie daaruit publiceerde zij in 1890. Het zou nog tot 1955 duren voor The Poems of Emily Dickinson, haar complete poëtische nalatenschap, verscheen.
To make a prairie it takes a clover and one bee,
One clover, and a bee.
And revery.
The revery alone will do,
If bees are few.
****

Hetzelfde gedicht, met een vertaling van Jan Eijkelboom, werd gevonden door Dorien Nannings op de zijgevel van Boekhandel Lovink op de Markt in Lochem

Geef een reactie