
Gedicht van Frans Hoppenbrouwers
Gevonden door Sybrand op de leuningen van de brug over de Keersop op de Looerheideweg in Bergeijk
Frans Hoppenbrouwers (1940 – 2013) werd geboren in Valkenswaard. Hij werkte korte tijd op het belastingkantoor in Eindhoven en op het grenskantoor tussen Bergeijk en Lommel, maar het langst, 25 jaar, was hij verbonden aan een orthopedagogische instelling in Boxtel. Na zijn vervroegd pensioen verhuisde hij terug naar Valkenswaard.
In 1960 was zijn eerste hoorspel te beluisteren en in 1975 verscheen het eerste deel van een reeks kinderboeken. Voor Okki, Jippo en Taptoe van uitgeverij Malmberg schreef Hoppenbrouwers verhalen. Vanaf 1980 droeg hij bij aan de Kroniek van de Kempen en na 1990 schreef hij voornamelijk poëzie. Van 2005 tot 2012 was Hoppenbrouwers gemeentedichter van Valkenswaard.
Het gedicht op de brugleuning in Bergeijk luidt:
’t korre ston wir gèèl en rèèp
te trillen in ’t licht
’t wier zó stilaon wir hóg tèd
vur de pikhaok en de zicht
’t vollek trok de velden in
ze deeje dè hier in ’t groot
ze vuulden hier nog zwaor de zin
van ’n snee irluk bròòd
en mee ’t ritse van de zicht
viel slag voor slag ’t korre
zo wier dè stevig roggebrood
hier snee vur snee geborre
De vormgeving van de brugleuningen is van Frans Smolders.

Geef een reactie