
Strofe uit Mijn wensch, gedicht van Anthony Christiaan Winand Staring
Gevonden door Sybrand bij de Martenastate in Koarnjum
Anthony Christiaan Winand Staring (1767 – 1840) werd geboren in Gendringen, maar groeide op in Gouda en omgeving. In Gouda bezocht hij de Latijnse school en na die te hebben voltooid, vertrok hij naar Harderwijk, waar hij rechten studeerde. Na zijn promotie vertrok hij naar Göttingen, waar hij onder meer botanie studeerde. Terug in Nederland nam Staring het beheer van kasteel De Wildenborch en het omliggende landgoed op zich. Daarbij had hij niet alleen oog voor de natuur, maar ook voor de mensen die er woonden en werkten. Zo liet hij voor de kinderen van de landarbeiders een school bouwen, hij hield zich bezig met de verbetering van gereedschappen en hij liet koeien inenten tegen pokken. Staring zat in allerlei besturen, zoals tussen 1814 en 1824 en 1826 en 1831 in de Provinciale Staten van Gelderland.
Staring staat bekend als een van de weinige romantische dichters van Nederland. Dat is terug te zien in de inhoud, over legenden en de natuur, maar ook in zijn manier van schrijven, gevoelig en humoristisch. In 1786 debuteerde hij met de bundel Mijne eerste proeven in poëzij. Starings dichtkunst is vaak vertellend, zoals in de Jaromir-cyclus en De hoofse boer. Dat maakte zijn werk minder toegankelijk, waardoor waardering beperkt is gebleven.

Daar zal geen schittrende Eer mij blinden met heur straalen, –
Daar zal geen gloeiend goud mij lokken door zijn’ schijn;
Gij bosschen van mijn erv, gij akkers zult de paalen
Van mijn begeerte zijn.

https://straatpoezie.nl/gedicht/by-martena-state/
Deze heb ik op straatpoezie gezet, maar het gedicht van Staring heb ik dan over het hoofd
gezien. Volgende keer dat ik daar ben, zal ik erom zoeken en een foto maken voor
straatpoezie. Of Sybrand moet dat even doen.