Toen ik vorig jaar in Nevers een muurschildering trof die herinnert aan fayence de Nevers was de vergelijking met Delfts blauw aardewerk snel gelegd. Pas trof ik in Utrecht een oude muurschildering van echt Delfts blauw aardewerk.
Bokser Bep van Klaveren (1907 – 1992) won op de Olympische Spelen van 1928 de titel in het vedergewicht. Drie jaar later werd hij Europees kampioen in het lichtgewicht en nog eens zeven jaar verder herhaalde hij die prestatie in het middengewicht. Zijn bijnaam luidde The Dutch Windmill. Als er internationaal een ding symbool staat voor Nederland, dan is het wel de windmolen. Zonder windmolens zou Nederland er anders hebben uitgezien.

Dat moet ook kunstenaar Hugo Kaagman hebben bedacht, toen hij een ontwerp maakte voor een muurschildering in Utrecht. Daarin staat prominent een windmolen. Kaagman (* 1955) studeerde sociale geografie in Amsterdam, maar maakte in de Amsterdamse punk- en kraakbeweging furore als graffitikunstenaar. Zijn handelsmerk daarbij waren voorstelling die hij met stencils in Delfts blauwe kleuren op de muren spoot.

Zo is er in Enschede een wand van Kaagman met tegeltjes in Delfts blauw, met tal van voorstellingen die voor Nederland kenmerkend zijn. Molens (waarvan een met koningin Beatrix op een fiets), een zeilboot, fietsende mensen, maar ook een voetbal. Enschede als stad was herkenbaar in een tegel met het Rijksmuseum Twenthe, ook met een beugelfles Grolsch en met Jan Cremer op een motorfiets. In een van de tegeltjes met een molen herkennen we ook iets dat minder karakteristiek is, straaljagers.

En die zien we ook in de muurschildering in Utrecht. Hier geen tegeltjes, maar een Delfts blauw bord, op een buitenmuur van het Centraal Museum in de Agnietenstraat. Met een molen en twee straaljagers. Kaagman maakte de voorstelling als protest tegen de oorlog en wel specifiek tegen de Golfoorlog, die door president George W. Bush in Irak ontketend was. Boven de voorstelling staat een tekst, die direct met de voorstelling van de molen te maken heeft. Bush molenaar.
Al in de jaren ’60 werd tijdens de Vietnamoorlog gedemonstreerd tegen die oorlog. Het scanderen van Johnson moordenaar was verboden, want ‘belediging van een bevriend staatshoofd. Om qua ritme en klank bij de oorspronkelijke uiting in de buurt te komen, riepen de demonstranten daar om Johnson molenaar.
Dat heeft Kaagman overgenomen. En zo werden een oer-Nederlands symbool en humor tot wapen gemaakt, niet in een oorlog, maar tegen een oorlog.


Geef een reactie