Dorsoduro

Cultuur ligt voor het oprapen

  • Home
  • Dwarskijken
  • Muurmuseum
  • Poëzie
  • School en kunst
  • Contact

Finse avant-garde

20 februari 2026 door Peter Zunneberg Reageer

Drie schilders uit Finland, tijdgenoten en alle drie hebben ze een vergelijkbare ontwikkeling doorgemaakt. Alle drie waren ze vernieuwend, maar toch was er slechts één die daarvoor alle credits kreeg en van wie de begrafenis zelfs een staatsaangelegenheid was. Rara, hoe kan dat?

1600, het begin van de Barok. Het is een bespottelijke vereenvoudiging van de kunstgeschiedenis, die niettemin heel lang gemeengoed is geweest in schoolboeken en misschien nog wel hier en daar voorkomt. Alsof er op 31 december 1599, even voor middernacht, een autoriteit – ja, wie eigenlijk? – op zijn uurwerk keek en toen de klok twaalf uur had geslagen de onsterflijke woorden sprak: “De renaissance is nu voorgoed voorbij, we beginnen nu met de barok.” Mij lijkt het een grotere millenniumbug dan we in 2000 hebben ervaren.

Zo werkt het niet, een dergelijke overgang is een kwestie van jaren, waarbij er doorgaans pas achteraf en vooral gemakshalve, een moment wordt aangewezen. Zo kwam ik in een onlinebiografie van de Finse schilder Magnus Enckell tegen “Hij was de eerste Finse schilder die brak met het naturalisme, dat in de jaren van zijn opleiding in Helsinki (1889–1891) nog de bepalende stijl was.”
Zo’n zin, het is alsof hij het licht uitdeed, toen hij ’s avonds naar huis ging en daarmee de grote vernieuwer van de Finse schilderkunst aan het einde van de negentiende eeuw werd. Maar ook hier is sprake van een geleidelijk proces. Wat nog eens extra ingewikkeld is, omdat er voor naturalisme geen keiharde stilistische criteria zijn op te stellen. Je kunt bij wijze van spreken op dezelfde manier blijven schilderen en toch een heel andere weg in slaan.

Als we kijken naar het leven van Enckell en zijn artistieke keuzes komen we misschien wat verder. Enckell werd geboren in 1870, begon in 1889 aan zijn studie, ging na twee jaar naar Parijs om te studeren aan de Académie Julian en werd in Frankrijk aangetrokken tot het werk van Pierre Puvis de Chavannes en van symbolistische schrijvers. Zijn palet is in die tijd nog tamelijk somber. In 1894 en 1895 reisde hij naar Italië, waar hij Milaan, Florence, Siena, Ravenna en Venetië aandoet. Van lieverlee kwam Enckell wat optimistischer in het leven te staan en verscheen er meer kleur op zijn palet.

Dwarskijken, Elin Danielson-Gambogi, Magnus Enckell, Helene Schjerfbeck
Drie zelfportretten. V.l.n.r. Elin Danielson-Gambogi, Magnus Enckell, Helene Schjerfbeck

Vergelijken we nu eens Enckells levensverhaal met dat van Elin Danielson. Zij werd geboren in 1861 en begon al in 1876 aan precies dezelfde opleiding die Enckell ook zou volgen. Danielson vertrok al in 1883 naar Parijs om daar te studeren aan de Académie Colarossi en ook zij begon door Pierre Puvis de Chavannes steeds meer symbolistische en impressionistische elementen in haar schilderijen te verwerken. Bovendien verbleef ze enige tijd in Bretagne, waar een Scandinavische kunstenaarskolonie was ontstaan. Hier ontmoette ze onder andere Helene Schjerfbeck.

Schjerfbeck was geboren in 1862, dus een jaar jonger dan Danielson, maar acht jaar ouder dan Enckell. Schjerfbeck kreeg al op haar elfde haar eerste tekenlessen van Helena Westermarck. Ze studeerde even aan de Académie Trélat in Parijs, keerde terug naar Finland en begon in 1884 aan de Académie Colarossi. Haar artistieke ontwikkeling moet grotendeels parallel hebben gelopen aan die van Danielson. Ook Schjerfbeck ging eerst naar Bretagne en later nog enige tijd met het kunstenaarsechtpaar Marianne en Adrian Stokes naar Cornwall. In 1889 keerde Schjerfbeck terug naar Finland, waar ze een eigen atelier opende. Ze werkte er en gaf er les, maar moest daar om gezondheidsredenen mee stoppen.

Vanaf 1902 woonde Schjerfbeck artistiek en sociaal geïsoleerd in Zuid-Finland, samen met haar moeder, voor wie ze moest zorgen. Bij gebrek aan modellen greep ze terug op ouder werk, maar meer nog koos ze voor zichzelf als model. In deze periode maakte ze een groot aantal zelfportretten, die allengs steeds expressionistischer werden. In veel van die portretten heeft ze soms een gelaten en dan weer een bijna angstige gelaatsuitdrukking. Haar roze wangetjes komen geforceerd over en naarmate de jaren vorderden ging ze zichzelf steeds extremer weergeven. Tot er op het laatst nauwelijks meer dan haar schedel over was.

Zetten we nu eens hun zelfportretten naast elkaar. Die van Danielson dateert van 1903, is tamelijk traditioneel geschilderd, maar door het perspectief enorm vernieuwend. Hier zien we een schilderij van een kunstenares die zonder enige bescheidenheid een prominente plek in de kunstgeschiedenis opeist. Het zelfportret van Schjerfbeck dateert van 1915 en hebben we al even belicht. Enckell sluit de rij met een zelfportret uit 1918. Met wat we inmiddels aan schilderkunstige ontwikkelingen van Der Blaue Reiter en Die Brücke uit Duitsland kennen, richting het expressionisme, is het niet heel gewaagd om het te beoordelen als mee dobberend op de modieuze golven van de tijd.

En toch was het Enckell die bij leven de meeste roem verwierf. Hij organiseerde tentoonstellingen van Finse kunst in het buitenland en hij haalde kunst van elders om in Finland te kunnen tonen. Hij werd voorzitter van de Finse Kunst Vereniging en in 1922 werd hij verkozen in de Kunst Academie van Finland.
Nu ben ik me ervan bewust dat deze vergelijking niet helemaal eerlijk is, omdat Schjerfbeck en Danielson nooit in dezelfde positie hadden kunnen verkeren. Schjerfbeck had een broze gezondheid, liep mank, doordat een gebroken heup nooit goed was geheeld en leidde een teruggetrokken leven. Danielson trouwde in Italië met de dertien jaar jongere Raffaello Gambogi, die al snel en veelvuldig overspel pleegde. Hij liet zijn echtgenote berooid en diep ongelukkig achterliet.

Danielson en Enckell overleden respectievelijk in 1919 en 1925, beide aan de gevolgen van een longontsteking. Schjerfbeck leefde nog tot 1946. De begrafenis van Enckell werd een staatsaangelegenheid. Of Danielson in haar vaderland nog op enige wijze herinnerd wordt, is niet helemaal zeker. Schjerfbecks verjaardag, 10 juli, werd uitgeroepen tot Finse nationale dag van de schilderkunst. Maar die erkenning kwam pas in 2011 toen haar werk wereldwijd herontdekt werd en waardering begon te vinden.




Categorie: Dwarskijken, schilderkunst Tags: Elin Danielson-Gambogi, Helene Schjerfbeck, Magnus Enckell

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Categorie

  • architectuur
  • beeldhouwkunst
  • Chronogram
  • Dwarskijken
  • erfgoed
  • film
  • fotografie
  • Jaar van het boek
  • Kunstcolumn
  • literatuur
  • Muurmuseum
  • muziek
  • omgevingskunst
  • Op zoek naar Schwind
  • poëzie
  • schilderkunst
  • School en kunst
  • stedenbouw
  • street art
  • tekenkunst

Trefwoorden

Amersfoort Amsterdam anoniem Arnhem Berlijn Den Bosch Den Haag Doetinchem Dordrecht Eindhoven Enschede Franz Schubert Gent Gorinchem Heerlen Hengelo Henri Matisse Ida Gerhardt Ingmar Heytze Johann Wolfgang von Goethe Leeuwarden Leiden Literaire Bakens Maastricht Michelangelo Middelburg Moritz von Schwind München Naarden Nijmegen Pablo Picasso Prerafaëlieten Rafaël Rome Rotterdam sonnet stadsdichter Tilburg Utrecht Venetië Venlo Watou Willem Wilmink William Shakespeare Zutphen

Copyright Dorsoduro © 2026 · Log in