Dorsoduro

Cultuur ligt voor het oprapen

  • Home
  • Dwarskijken
  • Muurmuseum
  • Poëzie
  • School en kunst
  • Contact

Ferrarees

18 september 2026 door Peter Zunneberg Reageer

De ultieme roman over de Italiaanse stad Ferrara is De tuin van de Finzi-Contini’s van Giorgio Bassani. Of zoals de vertaling van 2009 heet De tuin van de familie Finzi-Contini. Die vertaling lees ik nu en op pagina 99 kom ik zes namen tegen van schilders. Ik ken ze niet, maar weet graag wie er figureren in een van mijn favoriete romans.

Waarom vind ik De tuin van de Finzi-Contini’s zo’n geweldig boek? Dat heeft allemaal te maken met wat je als lezer weet, maar de hoofdpersonen in het boek niet. En dat leidt tot een enorm contrast tussen luchtigheid en onschuld tegenover onontkoombaar noodlot in een van de zwartste bladzijden van de geschiedenis. Verteller Giorgio – onduidelijk is in hoeverre dit boek autobiografisch is – behoort tot een joods milieu in Ferrara, de Italiaanse stad in Emilia-Romagna, ten noordoosten van Bologna. Nadat Mussolini’s rassenwetten zijn ingevoerd, zijn de vrijheden van joden in Italië ernstig ingeperkt. Zo worden joodse leden bijvoorbeeld geweerd bij de plaatselijke tennisclub.
 
Alberto en Micòl Finzi-Contini zijn ook joods. Hun ouders zijn eigenaar van een enorm landgoed, waar zich een tennisbaan bevindt. Daar kunnen Giorgio en anderen voortaan een balletje slaan. Giorgio wordt verliefd op Micòl, maar onherroepelijk ontwikkelt het verhaal, waarover ik hier niet verder zal uitweiden, zich richting het onvermijdelijke. Uiteindelijk zal Giorgio overleven en verslag doen van die min of meer zorgeloze jaren en zijn eerste liefde. Maar ik zou het niet over de roman hebben, maar over zes schilders.

Vaak als je in romans namen van schilders tegenkomt, zijn het bekende namen. Afhankelijk van de nationaliteit van de schrijver is er uiteraard variatie, maar doorgaans gaat het om kunstenaars van de buitencategorie: Rembrandt of Van Gogh, Rafaël, Michelangelo of Leonardo da Vinci, Velazquez of Picasso, Holbein of Klimt. Lezers zijn immers geen kunsthistorici en, tenzij het past in een goed verhaal, wil je hen als schrijver niet vermoeien met namen waar ze zich bij kunnen voorstellen.

V.l.n.r. Ippolito Scarsella, San Demetrio, Museum of Fine Arts, Boston; Sebastiano Filippo, Ritratto di Alfonso I d’Este, Palazzo Pitti, Firenze; Giuseppe Mazzuoli, San Eligio obispo adorando a Cristo crucificado, San Giorgio Martire, Trecenta


In De tuin van de familie Finzi-Contini doet auteur Giorgio Bassani dat wel. Niet per se wegjagen, maar wel onbekende namen noemen. In een gesprekje vraagt professor Ermanno Finzi-Contini aan hoofdpersoon Giorgio of hij gaat afstuderen in de kunstgeschiedenis of in het Italiaans. Giorgio antwoordt dat hij graag zich zou verdiepen in Ferrarese schilders uit de twee helft van de zestiende en het begin van de zeventiende eeuw: Scarsellino, Bastianino, Bastarolo, Bonone, Caletti en Calzolaretto. Nu verkeert in de genoemde periode de Bolognese schilder Guido Reni op de toppen van zijn roem en in zijn kielzog hebben tal va stadgenoten successen. In Venetië ontbreekt het na de dood van Titiaan, Paolo Veronese en Tintoretto aan heel grote namen, maar de lagunestad is nog steeds een vooraanstaand centrum van de schilderkunst. Verder timmert in Rome en later in Napels Caravaggio aan de weg. Maar Ferrara zul je in de canon van de kunstgeschiedenis niet snel tegenkomen, terwijl de stad slechts een kleine vijftig kilometer van Ferrara verwijderd ligt.

Bassani’s opsomming maakt dan ook nieuwsgierig. Wie waren die zes schilders die hij noemt? De zoektocht blijkt er een met hindernissen. Bassani noemt ze bij hun naam waaronder ze werkten, terwijl in de kunstgeschiedenis hun doop- en familienaam meer gangbaar is. Zo blijkt Scarsellino Ippolito Scarsella te hebben geheten. Hij werd in 1550 (of 1551) geboren in Ferrara en overleed er in 1620. Zijn naam Scarsellino, een verkleinwoord (dat je zou kunnen vertalen als Scarsellientje), moest hem onderscheiden van zijn vader, schilder Sigismundo Scarsella. Als zeventienjarige vertrekt hij naar Venetië om daar, in het atelier van Paolo Veronese, het vak te leren. Eenmaal volleerd keert hij terug naar Ferrara, waar hij een eigen werkplaats opent en geregeld werkt voor de laatste telgen van de Este-dynastie. Dat Bassani hem als eerste noemt, zal te maken hebben met zijn plaatselijke bekendheid. Hij lijkt van de zes de meeste betekenis te hebben gehad.  

Over Sebastiano Filippo, beter bekend als Bastianino, is niet zoveel bekend. Hij is geboren rond 1528 en overleed in 1602. Zijn belangrijkste werk is een fresco in de kathedraal van Ferrara. Ook werkte hij samen met zijn vader en zijn broer aan wanddecoraties in de vertrekken van de hertogin in het Palazzo Ducale van Ferrara.
Waar bij deze eerste twee schilders nog wel een link is tussen hun eigenlijke namen en de namen waaronder ze bekend werden, ontbreekt die bij Bastarolo (of Bastaruolo). Deze schilder kwam als Giuseppe Mazzuoli ter wereld. Hij leefde van circa 1536 tot 1589. Over zijn opleiding is weinig tot niets te vinden en in de Pinacoteca Nazionale van Ferrara is wat werk van hem te vinden. Wel wordt een portret van hertog Alfonso I d’Este aan Bastianino toegeschreven. En dat is een opdracht die niet aan de eerste de beste zou zijn toevertrouwd.

Carlo Bonone, Giuseppe Caletti, Gabriele Capellini
V.l.n.r. Carlo Bonone, Saint Sébastien et l’Ange, Musée des Beaux-Arts de Strasbourg; Giuseppe Caletti, Salomé recevant la tête de saint Jean Baptiste, Louvre, Paris; Gabriele Capellini, Laura Pisani, verblijfplaats onbekend


Carlo Bonone (of Bononi), schilder van een latere generatie, is veel bekender. Hij werd volgens achttiende-eeuwse studies geboren in 1569, maar volgens recent onderzoek waarschijnlijk pas tien jaar later. Net als bij zijn collega’s is zijn sterfjaar beter gedocumenteerd, Bonone overleed in 1632. Waar Bastianino en Bastarolo vooral plaatselijk of hooguit regionaal actief waren, blijkt Bonone op allerlei plekken ten noorden van Rome te hebben gewerkt. Hij woonde zelfs enkele jaren in Rome en werd daar beïnvloed door Caravaggio, van wiens werk hij diverse kopieën heeft gemaakt. Pas na 1620 keert Bonone terug naar zijn geboortestad, waar hij dan nog een aantal jaren werkt.

Giuseppe Caletti (1599 – 1641, volgens andere bronnen 1600 – 1660) was vooral werkzaam in Ferrara, maar werd geboren in Cremona. Hij werd ook wel Il Cremonese genoemd. Hij zou aanvankelijk in Bologna hebben gewerkt, maar moest na een ruzie die stad ontvluchten. Ook zijn leven en werk is enigszins in raadselen gehuld, mogelijk veroorzaakt door zijn wat meer zwervend bestaan, maar ook doordat hij een twintigste-eeuwse naamgenoot had. Zo is er op de Italiaanse Wikipedia geen pagina over hem te vinden, terwijl de andere vijf wel een plek hebben gekregen.     

Van Gabriele Capellini, die beter bekend zou zijn geweest als Il Caligarino of Il Calzoraletto, weten we hoegenaamd niets, geen geboortejaar, geen sterfjaar, geen werk. Er is een portret van een vrouw met een pen achter een vel papier. Daarop staat haar naam, Laura Pisani en een jaartal, 1525. Het portret wordt toegeschreven aan Capellini, maar ook aan Dosso Dossi, de schilder die in 1542 in Ferrara overleed en die in dienst was van de Este-familie. Mogelijk is Capellini een leerling of assistent van Dossi geweest.

Is er dan helemaal geen Scuola Ferrarese (Ferrarese school) geweest. Jazeker wel, maar de zes hiergenoemde schilders zijn toch vooral van de nadagen. In de veertiende en vijftiende eeuw, de hoogtijdagen van de renaissance, stelde die school meer voor. Hoewel er ook toen geen schilders waren die wereldfaam wisten te bereiken. Het lijkt als of er een parallel te trekken is tussen schilderkunst en politiek. De schilders waren belangrijker toen de familie d’Este, de hertogen van Ferrara, meer rechtstreeks of via profijtelijke huwelijken, te vertellen hadden op het schiereiland. Denk bijvoorbeeld aan Lucrezia Borgia, die getrouwd was met Alfonso I d’Este, en aan Lucrezia de’Medici, die getrouwd is geweest met Alfonso d’Este, de kleinzoon van Alfonso I.  

Waar het gaat over de Ferrarese school, krijgt Bonone vaak een aparte vermelding. Hij wordt gezien als de laatste vertegenwoordiger. Overigens was het daarmee niet helemaal afgelopen met de schilderkunst in Ferrara.  Want wie in Bassani’s boek ook geregeld langskomt, is Filippo de Pisis (1896 – 1956). Ook hij blijkt geboren te zijn in Ferrara. En met hem zijn we meteen weer op wat bekender terrein.

Categorie: Dwarskijken, literatuur, schilderkunst Tags: Bastarolo, Bastianino, Bonone, Caletti, Calzolaretto, Ferrara, Giorgio Bassani, Scarsellino

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Categorie

  • architectuur
  • beeldhouwkunst
  • Chronogram
  • Dwarskijken
  • erfgoed
  • film
  • fotografie
  • Jaar van het boek
  • Kunstcolumn
  • literatuur
  • Muurmuseum
  • muziek
  • omgevingskunst
  • Op zoek naar Schwind
  • poëzie
  • schilderkunst
  • School en kunst
  • stedenbouw
  • street art
  • tekenkunst

Trefwoorden

aforisme Amersfoort Amsterdam anoniem Antwerpen Arnhem bruggedicht Den Bosch Den Haag Dordrecht Eindhoven Enschede Franz Schubert Gent Gorinchem Heerlen Hengelo Ingmar Heytze Johann Wolfgang von Goethe Leeuwarden Leiden Literaire Bakens Maastricht Michelangelo Moritz von Schwind München Naarden Nijmegen Pablo Picasso Prerafaëlieten Rafaël Rembrandt van Rijn romantiek Rome Rotterdam sonnet stadsdichter stilleven Tilburg Utrecht Venetië Venlo Willem Wilmink William Shakespeare Zutphen
Alle trefwoorden

Copyright Dorsoduro © 2026 · Log in