Zou je in een oud Romeins legerkamp kunnen verdwalen? Nee en ja. Ze waren zeer overzichtelijk, dus je wist altijd wel waar je moest zijn. Maar als je er heel veel in korte tijd zou bezoeken, zou je kunnen vergeten in welk kamp je was. Zozeer leken ze op elkaar. En hoewel de Romeinen al vele eeuwen geleden vertrokken, kun je in Nederland nog altijd de sporen terugvinden, bijvoorbeeld in Elburg en Houten.
Neem een willekeurig Asterix-album en je komt wel ergens de uitspraak van Obelix tegen dat de Romeinen rare jongens waren. Maar behalve dat ze allereli dingen hebben uitgevonden, dachten ze ook over heel veel zaken heel goed na. Bij voorbeeld over de inrichting van hun legerkampen. Geregeld hebben de Galliërs mot met de Romeinen en bezoeken Asterix en Obelix een Romeins castellum, waar ze zonder enig probleem de tent van de centurion konden vinden. Daar was ook niet zo veel voor nodig, omdat die tent altijd stond op de kruising van de twee doorgaande paden. Een Romeins castellum was altijd rechthoekig, met op de hoeken een toren en op elk van de vier zijden recht tegenover elkaar een poort.

Zo’n kamp was dan weer afgeleid van hoe de Romeinen hun steden bouwden. Er was een weg die van oost naar west liep, de Decumanus, en een weg van noord naar zuid, de Cardo. Die assen bepaalden ook elk Romeins legerkamp. Op grotere schaal ontstonden later ook parallelle wegen die ook decumanus en cardo werden genoemd. De belangrijkste assen werden toen Decumanus Maximus en Cardo Maximus. Diezelfde schaalvergroting leidde ook tot het gebruik van twee andere, verwante begrippen. Een castrum is een groot en permanent legerkamp, waar naast soldaten ook burgers verbleven die de troepen op allerlei manieren ondersteunden. Een castellum de correcte aanduiding voor een kleiner legerkamp, dat onderdak bood aan een overzichtelijk aantal hulptroepen.
Houten, een paar kilometer ten zuiden van Utrecht, heeft een Romeins verleden. Bij opgravingen zijn resten van Romeinse bebouwing gevonden. Begin jaren ’60 van de vorige eeuw woonden er zo’n 6000 mensen in Houten. Maar kort daarna verscheen er een nota ruimtelijke ordening die Houten als groeikern aanwees. In ruim een halve eeuw is de bevolking bijna vertienvoudigd, naar ruim 50.000. Bij zo’n groei is een goede infrastructuur geboden, bijvoorbeeld met voorzieningen voor openbaar vervoer. Houten had al een station, toen besloten werd nog een tweede station te bouwen. Dit is Houten Castellum geworden, vormgegeven volgens de principes van een Romeins legerkamp. Het stratenplan laat een rechthoekige omtrek zien, met het spoor als as en een fietsroute die er haaks doorheen leidt.
Er valt bij de situatie in Houten wel het een en ander op te merken. Zo zijn er vier straatnamen, Porta Basilica, Porta Tegula, Porta Toga en Porta Castra, die allen verwijzen naar een ‘poort’ waarvan er inderdaad vier zijn. Maar ze bevinden zich wel alle vier in hetzelfde kwart van het totale stratenplan. Ook zijn er straten met Fossa in de naam, ook allemaal in hetzelfde kwart. Een fossa is een gracht rond een castrum en daarvan is in Houten dus geen sprake. Verder is er een straat die Cardo heet, maar ook een die Forum heet, zonder dat dat het centrale stadsplein is. De straatnaam Piazza is slechts te herleiden tot een Latijnse term, maar was bij de Romeinen onbekend.

Waar Houten grotendeels nieuw is, maar kan bogen op een Romeins verleden, gaat dat helemaal niet op voor Elburg. Die stad aan de Zuiderzee wordt voor het eerst genoemd in een charter van graaf Floris V van Holland uit 1291. Vermoedelijk kreeg Elburg eerder in die 13e eeuw stadsrechten van graaf Otto II van Gelre. In 1310 werden de stadsrechten vervallen verklaard, omdat Otto helemaal niet bevoegd zou zijn geweest om ze te verlenen. Maar al in 1312 was het hertog Reinald I van Gelre die de stadsrechten in ere herstelde. Overigens was die stad niet dezelfde als die nu nog altijd het kenmerkende rechthoekige stratenplan laat zien. In 1392 gaf de toenmalige hertog van Gelre, Willem van Gulik, zijn rentmeester Arent Thoe Boecoop opdracht om Elburg te verplaatsen. De reden van de verhuizing is nooit duidelijk geworden. Wel is zeker dat Thoe Boecoop het plan opvatte voor de rechthoekige stadsplattegrond. Daarin zijn ook latere toevoegingen terug te zien van de puntige bouwwerken op de hoeken van de stad.
Houten en Elburg zijn misschien wel de meest sprekende voorbeelden van plaatsen waarvan een deel van de plattegrond teruggaat naar een origineel Romeins ontwerp. Maar het principe van twee elkaar kruisende hoofdwegen, twee assen, is op veel meer plaatsen te zien. Het gebruik van het begrip kwartier als stadswijk is hier ook van afgeleid. Alleen is dat door de eeuwen heen steeds vrijer toegepast. Zo kun je in het oude centrum Nijmegen van Nijmegen nog altijd twee hoofdassen onderscheiden. Maar de bekendste kwartieren, het Willemskwartier en het Waterkwartier, bevinden zich ver buiten de oorspronkelijke stadsomwalling, die pas rond 1870 geslecht is.

Geef een reactie