Dorsoduro

Cultuur ligt voor het oprapen

  • Home
  • Dwarskijken
  • Muurmuseum
  • Poëzie
  • School en kunst
  • Contact

Blote borsten in de Stevenskerk

21 maart 2025 door Peter Zunneberg Reageer

Van de Nijmeegse schilder Pieter Franciscus Peters is niet precies bekend wanneer hij is geboren en ook niet wanneer hij is overleden. En van een echte Nijmeegse claim to fame is ook maar weinig terechtgekomen.

Eerst maar eens de biografische gegevens ophelderen. Van Pieter Franciscus Peters is bekend dat hij als Petrus Franciscus Peters op 27 november 1787 gedoopt is de Statie van de Minderbroeders in Nijmegen. Die 27e november was een dinsdag. Of er bij de jonge Peters van de gebruikelijke dooprituelen is afgeweken en zo ja waarom, is onduidelijk. Wel kunnen we met redelijke zekerheid zeggen dat hij ergens in november 1787 geboren moet zijn.
Nog ingewikkelder is dat bij zijn dood. In de nacht van 9 op 10 januari 1867 heeft Peters zijn huis verlaten. Pas begin mei van dat jaar is zijn stoffelijk overschot gevonden op de oevers van de Waal bij Druten. Of hij door een noodlottig ongeval te water is geraakt of zelf een einde aan zijn leven heeft gemaakt en wanneer precies, daarnaar kunnen we slechts gissen.

De Oude Haven met Boddelpoort en de St. Hubertusmolen
De Oude Haven met Boddelpoort en de St. Hubertusmolen
Fotoarchief Prof. dr. E.F. van der Grinten/Regionaal Archief Nijmegen

Veel meer zekerheid hebben we over wat zich in het leven van Pieter Franciscus Peters heeft afgespeeld. Zo is hij op 12 augustus 1813 getrouwd met Petronella Antonia Monot, waarbij in de archiefstukken als beroep schilder vermeld werd. Samen kregen zij acht kinderen, waarvan er drie al jong overleden. Interessant is dat Peters werd aangeduid als schilder, maar ook als meester-schilder en als verwer, wat zo veel betekent als huisschilder. Zeker is dat Pieter Franciscus Peters kunstschilder was. Enkele tientallen stadsgezichten, die bewaard zijn gebleven, getuigen daarvan.

Ergens kort na hun trouwen, meldt Peters aan de Dordtse schrijver, boekhandelaar en uitgever Johannes Immerzeel dat hij in het bezit is gekomen van enkele ‘boekwerken’ over het beschilderen van glas. Hij werkt die kennis verder uit en begint te experimenteren met brandschilderen en kleurstoffen. Kennelijk is glasschilderen als ambacht lange tijd niet gedaan, want er zijn bronnen die Peters de eerste glazenier van zijn tijd noemen. Terwijl de broers Dirck en Wouter Crabeth hun gebrandschilderde ramen voor de Grote- of Sint-Janskerk in Gouda al zo’n 250 jaar eerder hebben gemaakt.

Hoe dan ook, in 1821 heeft Peters een premie ontvangen van de Nederlandsche Huishoudelijke Maatschappij voor zijn uitvindingen en zes jaar later krijgt hij de opdracht om voor Paleis Noordeinde vier gebrandschilderde portretten te maken van Willem I, Maurits, Frederik Hendrik en Willem II van Oranje. De opperintendant van het hof was, bij het zien van de eerste ontwerpen, niet tevreden en wilde de opdracht intrekken. Naar verluidt werd hij door koning Willem I overruled en ging de opdracht toch door. De portretten kregen een plek in de rode zaal van het paleis. Alleen zijn ze daar volgens recente studies niet langer aanwezig en is het onduidelijk waar ze zich nu bevinden.

Pieter Franciscus Peters, Ontwerptekening voor vier gebrandschilderde vensters in de Stevenkerk

Of Peters, behalve voor de koning, veel heeft kunnen betekenen met zijn glasschilderkunst, is onzeker. Van hem zijn twee cartouches bekend, een met de naam van een Nijmeegse burgemeester en met de naam van een wethouder van die stad. Verder heeft Peters ontwerpen gemaakt voor de Stevenskerk. Dat mag op zijn minst opmerkelijk heten. Nadat de kerk in 1591 definitief in protestantse handen is overgegaan, is hij ontdaan van veel van de originele pracht en praal. Dat uitgerekend een katholiek – getuige het nieuws van Peters’ doop – nu iets van die oude luister zou mogen herstellen, zal niet bij alle stads- en kerkbestuurders in goede aarde zijn gevallen. Al was het maar door de voorstellingen die Peters in de vensters wilde verwerken.

Allereerst waren daar twee Bijbelse voorstellingen: de steniging van Stefanus en het oordeel van Salomo. Het laatste voorstel zal redelijk onomstreden zijn geweest, maar de steniging van Stefanus, de eerste christelijke martelaar, die omwille van zijn martelaarschap door de kerk van Rome ooit heilig werd verklaard, zou kunnen worden opgevat, als een verwijzing naar de oudste geschiedenis van de kerk, die aan Sint Steven gewijd was. Eenzelfde bezwaar zou er kunnen kleven aan de Nijmeegse historische voorstelling, waarbij het de katholieke keizer Karel V was, die Nijmegen toestond om boven het stadswapen de keizerskroon te voeren.

Pieter Franciscus Peters, Keizer Karel V geeft Nijmegen recht op stadswapen, ontwerptekening

Maar waar hiermee een belangrijk moment uit de Nijmeegse geschiedenis in herinnering wordt geroepen, gaat dat voor de laatste voorstelling zeker niet op. Aan het begin van de veertiende eeuw had Reinoud II de macht over het graafschap Gelre overgenomen van zijn vader Reinoud I. Officieel moest hij wachten tot zijn vader dood was, alvorens hij zich graaf van Gelre mocht noemen. Op de Rijksdag van Frankfurt op 19 maart 1339 werd hij zelfs tot de rijksvorststand verheven. Gelre werd een hertogdom en Reinoud II de eerste hertog. Politiek ging het Reinoud allemaal voor de wind, maar privé ging het wat minder. Uit zijn eerste huwelijk met Sophia Berthout werden uitsluitend dochters geboren. Nadat Sophia in 1329 was overleden, trouwde Reinoud op 20 oktober 1331 opnieuw en niet met de eerste de beste. Eleonora was de dochter van de voormalige koning van Engeland en de kleindochter van de voormalige koning van Frankrijk. Samen kregen zij twee zoons: Reinoud III en Eduard.

Johannes Christiaan Bendorp,
Naakte Eleonora bewijst onschuld, 1823
Topografisch-historische Atlas Gelderland/Gelders Archief

Aan wie het heeft gelegen is niet bekend, maar het is een feit dat het geen gelukkig huwelijk is geweest. Om de afstand die Reinoud innam tegenover Eleonora vertelde hij zijn raadsheren, volgens sommige bronnen dat ze een huidziekte had, volgens andere zelfs heel concreet dat ze melaats was. Deze lasterlijke aantijging liet Eleonora niet over haar kant gaan. Toen Reinoud een vergadering had belegd met al zijn raadslieden, stapte Eleonora de zaal binnen en ontblootte zij voor alle aanwezigen haar borsten om zo aan te tonen dat er van de kwaadsprekerij van Reinoud niets waar was. Hoe het daarna verder is gegaan tussen de twee, vermeldt de geschiedenis niet, wel is bekend waar het voorval plaatsvond: op de Valkhofburcht in Nijmegen. Maar anders dan de beslissing van Karel V, kun je hier niet spreken van een historisch moment dat van bijzondere betekenis is geweest voor de stad.

Nu kun je je afvragen hoe Peters überhaupt op het idee is gekomen om uitgerekend dit voorval in een venster te verwerken. Zeer waarschijnlijk is dat hij de prent gekend heeft die Johannes Christiaan Bendorp in 1823 maakte. Daarop is te zien hoe Eleonora, met links en rechts haar beide zoontjes, haar borsten ontbloot en hoe Reinold en zijn raadslieden ontzet reageren.

Jacob Folkema, naar Ottmar Elliger,
Eleonora danst met ontblote borsten, 1722
Rijksmuseum

Een andere prent die de gebeurtenis toont is een eeuw ouder. Die prent van Jacob Folkema (1692-1767) toont Eleonora dansend met ontblote borsten. Dat was overigens niet zijn idee, op de prent staat hij hij gebaseerd heeft op de van oorsprong Deense, maar in Amsterdam werkzame schilder Ottmar Elliger (1633-1679). Alleen ontbreekt van dat originele werk elk spoor.

Uit archieven is vooralsnog niet bekend of Pieter Franciscus Peters zijn ontwerptekeningen ooit aan het stads- en/of kerkbestuur heeft voorgelegd. Laat staan dat hij van hen een officiële opdracht heeft gekregen. Het ligt voor de hand om te vermoeden dat Peters zijn ontwerptekeningen heeft gemaakt in de hoop dat er positief op gereageerd zou worden en hij ze alsnog in opdracht zou mogen uitvoeren.
In hoeverre Peters als gedoopte katholiek iets te verwachten had van een protestant stads- en kerkbestuur zou interessant zijn om te onderzoeken. Ook de vraag of het kerkbestuur, halverwege de 19e eeuw, nog ontvankelijk zou zijn geweest voor de aankleding van de verder sobere kerk is interessant. Maar zelfs als er serieus naar Peters’ ontwerpen zijn gekeken, is het zeer waarschijnlijk dat hij met de voorstelling van Eleonora zijn eigen glazen zou hebben ingegooid.

Categorie: erfgoed, schilderkunst Tags: Nijmegen, Pieter Franciscus Peters, Stevenskerk

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Categorie

  • architectuur
  • beeldhouwkunst
  • Chronogram
  • Dwarskijken
  • erfgoed
  • film
  • fotografie
  • Jaar van het boek
  • Kunstcolumn
  • literatuur
  • Muurmuseum
  • muziek
  • omgevingskunst
  • Op zoek naar Schwind
  • poëzie
  • schilderkunst
  • School en kunst
  • stedenbouw
  • street art
  • tekenkunst

Trefwoorden

Adolf Friedrich von Schack Amersfoort Amsterdam anoniem Arnhem Berlijn Den Bosch Den Haag Doetinchem Dordrecht Eindhoven Enschede Franz Schubert Gent Gorinchem haiku Harderwijk Heerlen Helmond Hengelo Ida Gerhardt Ingmar Heytze Jaap Robben Leeuwarden Leiden Literaire Bakens Maastricht Michelangelo Middelburg Moritz von Schwind München Naarden Nijmegen Rome Romeinen Rotterdam sonnet stadsdichter Tilburg Utrecht Venetië Venlo Watou Willem Wilmink Zutphen

Copyright Dorsoduro © 2026 · Log in