Moet je je als storyteller en gids door de geschiedenis aan de feiten houden of is een lekker bekkend verhaal genoeg? Die vraag houdt me bezig sinds ik afgelopen weekend een rondleiding kreeg in Hotel New York in Rotterdam. Natuurlijk weet ik het antwoord wel. Toch wil ik even laten zien hoe hopeloos het mis kan gaan.
“In 1571 spijkerde Maarten Luther 191 stellingen aan de kerkdeur in Neurenberg.” Deze actie is volgens onze gids, ietwat kort door de bocht, het startsein voor de Reformatie. Ik snap ook wel dat je een proces van enkele decennia kort moet samenvatten als je maar een half uur de tijd hebt voor je verhaal. Dus dan mag je best voorbijgaan aan allerlei nuance en hoef je niet stil te staan bij de legende die over Luther na diens door is ontstaan. Maar zorg wel dat de ‘feiten’ van die legende correct zijn. 1571 moet 1517 zijn, 191 stellingen waren er 95 en niet Neurenberg, maar Wittenberg was de plaats van handeling.
De Reformatie heeft zeker geleid tot vervolging van andersdenkenden en de dringende wens om daaraan te ontkomen. En dat er in 1620 een groep Engelse protestanten, die zichzelf Pilgrims noemde, de zeilen hees voor een overtocht naar Amerika klopt ook. Hoe dan precies de Sint- Elisabethsvloed van 1421 – en dus niet van 1470 – en de ingewikkelde vaarroutes in het zuiden van Holland en Zeeland daar een rol in hebben gespeeld, is mij een raadsel. Het duurde immers nog ruim zeventig jaar voor je überhaupt op het idee zou kunnen komen om de oversteek naar de nieuwe wereld te wagen.

Een heel andere misser van onze gids was de naam van de architecte die van het vervallen gebouw op de Kop van Zuid zo’n geweldig succes heeft gemaakt: Riek Bakker. Onze gids noemde haar Riet Bakker. Nu kun je zeggen ach, het scheelt één letter, dat is niet zo belangrijk. Misschien kun je dan omwille van het goede verhaal nog van de R een P maken en voor je het weet, kun je via schrijver Piet Bakker de stap maken naar Ciske de Rat die vaderloos opgroeide, omdat zijn vader kapitein was van de Titanic, het bekendste schip van de Holland-Amerika Lijn. Het is absoluut niet waar, maar wel goed gevonden.
Hoezeer de gids opging in zijn mooie verhalen toont zijn verklaring voor het gezegde “Hoe dichter bij Dordt, hoe rotter het wordt.” Dat, zo hield hij zijn toehoorders voor, komt van de haringverkoopsters, die met hun handelswaar in manden lopend hun product aan de man brachten. In Rotterdam was de haring nog vers, maar als er daar geen klanten meer kwamen liepen ze verder, totdat ze drie dagen later in Dordrecht aankwamen en de vis niet meer te vreten was. Voor wie vatbaar is voor mooie verhalen, klinkt het nog wel plausibel. Maar waarom moeite doen – van Rotterdam naar Dordrecht lopen – terwijl je weet dat je daar geen haring meer verkocht krijgt.
Daarbij gaat de verteller ook nog eens voorbij aan het haringkaken, al dan niet uitgevonden door Willem Beukelszoon uit Biervliet. Door het verwijderen van de alvleesklier van de vis, werd rottingsproces aanmerkelijk vertraagd en door de vis te pekelen kon hij veel langer verkocht worden. Met de kennis dat het gezegde zeer waarschijnlijk dateert uit de 19e eeuw en slaat op de bodemgesteldheid, kan het haringverhaal naar het rijk der fabelen worden verwezen.
Toch kan zo’n verhaal een eigen leven gaan leiden. Het doet denken aan de verklaring die je tegenwoordig in elke grote kerk in Nederland te horen krijgt. Wie voldoende geld had, kon in de kerk begraven worden, maar omdat het ontbindingsproces van de stoffelijke overschotten onaangename geuren met zich meebracht, werden deze lieden rijke stinkerds genoemd. Prachtverhaal, eindeloos herhaald. Maar het deugt niet. Dat rijke lieden hun gebrek aan persoonlijke hygiëne wisten te verbloemen met dure parfums en je dus bij leven al kon vaststellen wie een rijke stinkerd was, is door het begraven-in-de-kerk-verhaal, steeds minder bekend.
“Hoe weet jij dit?”, vroeg iemand me, toen ik na afloop wees op de onjuistheden in het verhaal van de gids. Uitgebreide historische belangstelling en kennis is het antwoord. Maar het een heel klein beetje basale kennis en logisch nadenken had iedereen het verhaal van de gids kunnen laten wankelen. Het begin van de Reformatie in 1571 zou wel heel bizar zijn als er vijf jaar eerder al begonnen was met de Beeldenstorm.
Een mooi verhaal wordt volgens mij juist nog mooier als alle feiten kloppen. Bij de constatering dat iets niet juist is, ga je snel twijfelen aan alles. En als dat gebeurt, heeft een historische rondleiding geen enkele zin meer. Juist historische belangstelling, meer willen weten over hoe het geweest is, is waarom mensen een rondleiding willen volgen. Dus gidsen van Nederland, zorg dat je je feiten op orde hebt.

Geef een reactie