“Me-vrouw-Van-Sum-me-ren.”
Het klinkt een beetje afgemeten. Aan het einde van de gang staat een arts in een witte jas. Naast mij staat mevrouw Van Summeren op. Moeizaam schuifelt ze de gang in, waar de arts op haar staat te wachten. Hij kijkt nog net niet op zijn horloge. Ik ga ervan uit dat het geen opzet is, maar evengoed creëert de arts een enorme afstand tot zijn patiënt.
