
Natur und Kunst, gedicht van Johann Wolfgang von Goethe
Gevonden door TienVoorNegen op de gevel van Plantage 1 (hoek Veerstraat) in Leiden
Johann Wolfgang von Goethe (1749 – 1832) werd geboren in Frankfurt am Main. Hij studeerde rechten in Leipzig en Straatsburg en keerde terug naar Frankfurt, waar hij diverse juridische functies bekleedde. In 1771 voltooide hij zijn eerste toneelstuk, Götz von Berlichingen. Ook begon hij als literair recensent bij een tijdschrift. In 1775 verhuisde hij naar Weimar, waar hij zijn verdere leven zou blijven wonen. Daar trad hij ook in dienst van de hertog. Hij was belast met de financiën, maar ook met weg- en mijnbouw, legeraangelegenheden en het theater. Hij was verantwoordelijk voor de aanleg en de inrichting van een botanische tuin en voor verbouwingen aan het hertogelijk paleis. Omdat hij zich terdege op zijn taken voorbereidde, ontwikkelde hij zich tot een allround wetenschapper, die van tal van terreinen kennis had. Daarnaast hield hij tijd om te schrijven. In 1774 publiceerde hij Die Leiden des Jungen Werthers, dat zijn grote doorbraak als schrijver betekende. In 1797 verscheen zijn eerste deel van Faust en in 1832 het tweede deel. Daarnaast schreef hij gedichten, toneelstukken, een boek over kleurenleer en tal van wetenschappelijke verhandelingen van uiteenlopende aard. In september 1786 vertrok hij naar Italië, voor een reis die vele maanden zou duren. Pas in mei 1788 keerde hij terug. Van die reis deed hij vele jaren later verslag in zijn Italienische Reise, dat hij schreef tussen 1813 en 1817. Opvallend is dat hij geregeld bestemmingen aanstipt, die duiden op zijn belangstelling voor de klassieke oudheid onderstreepten, en dat hij hoogtepunten uit de kunst van de renaissance links liet liggen.


Geef een reactie