
Laat, gedicht van Leonard Nolens.
Gevonden in het parkje op de hoek van de Thijmstraat en de Tollensstraat in Nijmegen door Tefke van Dijk.
Leonard Nolens (1947 – 2025) volgde een opleiding tot tolk-vertaler en begon in 1968 als freelance-vertaler te werken. Tussen 1969 en 1973 was hij redacteur van Labris, het literaire tijdschrift van de zestigers, dat in 1973 ophield te bestaan. In 1969 debuteerde Nolens als dichter met de bundel Orpheushanden. Hij wordt gezien als een romantisch dichter, die veel schreef over de thema’s liefde, jeugd, vrouwen, eenzaamheid en alcohol. In de loop der tijden werd zijn taal soberder en juist minder barok en experimenteel. Nolens publiceerde een kleine dertig poëziebundels, maar ook enkele van zijn dagboeken. Zijn werk is veelgeprezen. Zo ontving hij in 1997 de Constantijn Huygensprijs voor zijn hele oeuvre en in 2011de Prijs der Nederlandse Letteren. Een prijs die hij niet gekregen heeft, maar waarvoor hij wel enige tijd een belangrijke kandidaat is geweest is de Nobelprijs voor de Literatuur.
Laat is oorspronkelijk opgenomen in de bundel Laat alle deuren op een kier (2004).

Hetzelfde gedicht werd in Den Haag aangetroffen op de gevel van Prinsessegracht 19 door Aletha Steijns.
In de Jan van Foreeststraat in Utrecht vond Cindy Wilmink hetzelfde gedicht (helaas afbladderend)



Geef een reactie