Dorsoduro

Cultuur ligt voor het oprapen

  • Home
  • Dwarskijken
  • Muurmuseum
  • Poëzie
  • School en kunst
  • Contact

Op zoek naar Schwind (55): Tatort und die problematische Lau

6 april 2024 door Peter Zunneberg Reageer

Tatort is de langslopende krimireeks op de Duitse televisie en misschien wel wereldwijd. Sinds 1970 zijn er 1270 afleveringen van gemaakt, met een groot aantal verschillende commissarissen en op allerlei plekken in Duitsland. Deel 273, Bienzle und die schöne Lau is bijzonder, omdat er een directe link is met Moritz von Schwind.

Ernst Bienzle is commissaris in Stuttgart. Hij staat op het punt om met zijn vriendin Hannelore naar Frankrijk te vertrekken, als hij bericht krijgt dat er een gevangene ontsnapt is die dankzij Bienzle achter de tralies zat. Het spoor voert naar Blaubeuren. Daar wordt in een grot, onder water, een boer vermoord. Een mogelijke verdachte is Vera, de vrouw van de boer, die liever in een grote stad zou wonen en die vanwege haar uiterlijk de bijnaam die schöne Lau heeft.

Scène uit Tatort, aflevering 273, Bienzle und die schöne Lau

Het script voor deze Tatort-aflevering was van Felix Huby, die daarvoor zijn roman Bienzle und die schöne Lau bewerkte. Voor zijn roman baseerde Huby zich enigszins op een plaatselijke legende. Blaubeuren is vooral bekend van de Blautopf, met 21 meter de diepste bron van Duitsland. Het is een geliefde plek voor duikers, maar sommige van hen hebben het bezoek niet overleefd. En dat zou komen doordat er in de bron een nixe, een watergeest leeft, die schöne Lau.

Tatort heeft Moritz von Schwind uiteraard nooit gezien. Maar het verhaal kende hij wel degelijk. Het was schrijver-dichter Eduard Mörike, goed bevriend met Schwind, die in 1853 Das Stuttgarter Hutzelmännlein publiceerde, een bundeling sprookjes waarvan Die Historie von der schönen Lau er een was. Lau – mogelijk afgeleid van het Franse l’eau – is oorspronkelijk te vinden bij de monding van de Donau in de Zwarte Zee. Ze is door haar man verstoten, omdat ze zwaarmoedig is én geen kinderen kan krijgen. Maar er is een profetie dat alles anders wordt als Lau vijf keer heeft gelachen. Via de uitbaatster van een kloosterhof, met wie Lau bevriend raakt, leert ze lachen, de ‘vloek’ wordt verbroken en al drie dagen later is ze in verwachting.

Moritz von Schwind, Die schöne Lau: ‘Das dritte Lachen’

Diverse literatuuronderzoekers hebben Das Stuttgarter Hutzelmännlein bestudeerd en allen komen tot de conclusie dat het sprookje is ontsproten aan Mörikes fantasie. Oudere bronnen zijn er niet. En dus is de beeldvorming rond Lau grotendeels aan Schwind en zijn illustraties te danken. Vooral de passage waarin Lau gekust wordt door een oude dikke abt, heeft daarbij indruk gemaakt. Tegelijk was die scène ook problematisch, omdat de uitgever stelde dat het verhaal met die illustratie niet cadeau kon worden gedaan aan vrouwen. Terwijl Mörike zelf juist wel tevreden was over hoe Schwind het sprookje had geïllustreerd.

Overigens is er nog een andere verbeelding van die schöne Lau, die je ook problematisch zou kunnen noemen. Ook op het Tatort, de plek waar de misdaad wordt gepleegd, bij de Blautopf, staat een beeld van Fritz von Graevenitz. Nadat hij als jonge officier tijdens de Eerste Wereldoorlog het zicht in zijn rechteroog nagenoeg was kwijtgeraakt, koos Graevenitz voor de beeldende kunst. Hij studeerde onder meer in Starnberg, nota bene niet ver verwijderd van de plek waar Moritz von Schwind zijn laatste levensdagen heeft gesleten.

Ernst von Graevenitz, Die schöne Lau, Blaubeuren
Ernst von Graevenitz, Die schöne Lau, Blaubeuren
Foto: © Freak-Line-Community / Wikimedia Commons / CC BY-SA 4.0

In 1935 portretteerde Graevenitz Adolf Hitler. Zijn portretbuste kreeg een jaar later een prominente plek op een door Joseph Goebbels georganiseerde tentoonstelling. In 1937 werd Graevenitz benoemd tot leraar beeldhouwkunst op de Akademie der Bildenden Künste in Stuttgart en een jaar later werd hij er directeur. In die hoedanigheid stelde hij:
“… eine neue künstlerische Gesinnung wachzurufen, die allmählich das in Generationen der Stillosigkeit entstandene Chaos zu überwinden vermag.”
Kortom, hij wilde, zonder het zo expliciet te zeggen, een tegenwicht bieden tegen wat de nazi’s entartete kunst noemde. In de jaren die volgde was Graevenitz telkens goed vertegenwoordigd in tentoonstellingen. In 1944, tijdens de eindfase van de Tweede Wereldoorlog, liet Hitler Graevenitz opnemen op de zogenoemde Gottbegandeten-liste, een lijst met de belangrijkste kunstenaars die om die reden vrijgesteld werden van krijgsdienst.

Of Graevenitz zelf nazisympathieën heeft gehad, is niet helemaal duidelijk. Dat hij het een en ander aan de nazi’s te danken heeft gehad wel. Nog tijdens de oorlog publiceerde hij een boek met de titel Kunst und Soldatentum, iets wat in ieder geval op goedkeuring heeft kunnen rekenen. Na de Tweede Wereldoorlog zag hij wel in dat hij zijn oude positie op de academie niet terug zou krijgen en dus diende hij een verzoek in om vervroegd met pensioen te kunnen gaan. Hij kon zelfstandig blijven werken en voor zover bekend is zijn werk nooit op enigerlei wijze als besmet beoordeeld.

Nu wil ik hier absoluut niet pleiten voor een postume afrekening met een beladen verleden. Ik verbaas me er alleen over dat de ene verbeelding van die schöne Lau aanvankelijk te frivool werd geacht voor publicatie, terwijl een andere, met serieuzere bezwaren, zonder problemen gehandhaafd is gebleven op dit Tatort, de bron waar Lau heeft leren lachen, de Blautopf in Blaubeuren.

Categorie: beeldhouwkunst, Op zoek naar Schwind, schilderkunst Tags: Blaubeuren, Eduard Mörike, Fritz von Graevenitz, Moritz von Schwind

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Categorie

  • architectuur
  • beeldhouwkunst
  • Chronogram
  • Dwarskijken
  • erfgoed
  • film
  • fotografie
  • Jaar van het boek
  • Kunstcolumn
  • literatuur
  • Muurmuseum
  • muziek
  • omgevingskunst
  • Op zoek naar Schwind
  • poëzie
  • schilderkunst
  • School en kunst
  • stedenbouw
  • street art
  • tekenkunst

Trefwoorden

Adolf Friedrich von Schack Amersfoort Amsterdam anoniem Arnhem Berlijn Den Bosch Den Haag Doetinchem Dordrecht Eindhoven Enschede Franz Schubert Gent Gorinchem haiku Harderwijk Heerlen Helmond Hengelo Ida Gerhardt Ingmar Heytze Jaap Robben Leeuwarden Leiden Literaire Bakens Maastricht Michelangelo Middelburg Moritz von Schwind München Naarden Nijmegen Nunspeet Rome Rotterdam sonnet stadsdichter Tilburg Utrecht Venetië Venlo Watou Willem Wilmink Zutphen

Alle trefwoorden

Copyright Dorsoduro © 2025 · Log in