
Gedicht van Jules Deelder
Gevonden voor de schouwburg aan de Schouwburgring in Tilburg
Jules Deelder (1944 – 2019) schreef zijn eerste gedicht, Hoort, men werpt een atoombom, toen hij elf jaar oud was. Hij was achttien toen het Algemeen Handelsblad zijn gedicht Straat afdrukte in de krant. Simon Vinkenoog nodigde Deelder in 1966 uit voor een poëziemanifestatie in theater Carré en drie jaar later verscheen Deelders eerste bundel Gloria Satoria. Karakteristiek voor Deelders poëzie zijn de heldere korte zinnen, vaak met Engelse termen, die nog beter tot hun recht kwamen als de dichter ze zelf voordroeg, met zijn rauwe geluid en zijn Rotterdamse tongval. Zo ontstond er een parallel tussen Deelder en dichters van de beat generation zoals Allen Ginsburg en Jack Kerouac. Daarbij was Deelder altijd onberispelijk gekleed, zijn haar strak achterover gekamd en getooid met een zonnebril. Om zijn opvallende verschijning en zijn aanwezigheid in het Rotterdamse nachtleven werd Deelder Nachtburgemeester van Rotterdam genoemd. In navolging daarvan is het nachtburgemeesterschap in diverse andere steden officieel ingesteld.
Deelder was niet alleen dichter, maar ook een groot jazzliefhebber en -kenner. Hij zong en speelde drums bij de Deeldeliers, waarmee hij langs podia trok en het album Deeldelirium uitbracht. Op Arrow Jazz FM presenteerde hij enige tijd een radioprogramma over jazz.
Ook was Deelder een groot voetballiefhebber. Naar verluidt schreef zijn vader de pasgeboren Jules eerst in als lid van Sparta en daarna pas bij de burgerlijke stand. De liefde voor Sparta is levenslang gebleven, maar was toen Deelder eenmaal nationaal bekend werd, ook wederzijds. Na zijn overlijden speelde Sparta met rouwbanden met Deelders portret.
Dit gedicht is afkomstig uit de bundel Dag en nacht geopend (1970).
