
Kwatrijn van Albert Verwey
Gevonden op de gevel van het Beursgebouw van Hendrik Petrus Berlage, Damrak 243 in Amsterdam.
Als vijftienjarige vertaalde Albert Verwey (1865 – 1937) al gedichten van Coleridge, Byron, Shelley, Racine en Goethe. Zijn leraar Nederlands op de HBS bracht hem in contact met journalist Frank van der Goes, die Verwey voorstelde aan Willem Kloos, die zich opwierp als Verweys mentor. Verwey werd lid van het dispuut Flanor en trad toe tot de kringen der Tachtigers. In 1885 werd hij een van de oprichters van De Nieuwe Gids. Hij was er niet alleen redacteur, maar ook redactiesecretaris. Na een conflict met Kloos stapte Verwey in 1889 op. Een jaar later trouwde hij met Kitty van Vloten, dochter van schrijver en theoloog Johannes van Vloten. Rond deze tijd publiceerde hij zijn driedelige Verzamelde Gedichten.
Nadat het met De Nieuwe Gids verder bergafwaarts was gegaan, richtte Verwey samen met Lodewijk van Deyssel in 1894 het Tweemaandelijksch Tijdschrift voor letteren, kunst, wetenschap en politiek op. In 1902 veranderden ze de naam in De XXste Eeuw en vanaf dat moment verscheen het blad maandelijks. In 1904 ontstond ook hier een conflict over de te volgen koers en opnieuw stapte Verwey uit de redactie. De XXste Eeuw zou nog vijf jaar bestaan en fuseerde in 1909 met De Nieuwe Gids, die al die jaren wel was blijven bestaan, maar waar nu een andere wind woei. Verwey begon weer een nieuw tijdschrift, De Beweging, algemeen maandschrift voor letteren, kunst, wetenschap en staatkunde, waarvan het eerste nummer in 1905 verscheen. Enkele jaren was Verwey de enige redacteur, maar in 1908 werd de redactie uitgebreid met onder andere architect Hendrik Petrus Berlage. De Beweging zou tot 1919 blijven bestaan en publiceerde verhoudingsgewijs veel poëzie, van Nederlandstalige dichters, maar ook van Duits- en Engelstaligen. Overigens kenden Verwey en Berlage al langer. Zo droeg de dichter bij aan Berlages Koopmansbeurs in Amsterdam, waarvoor hij onder meer dit gedicht schreef.
In 1914 werd Verwey een eredoctoraat toegekend door de Rijksuniversiteit Groningen. Tien jaar later volgde een aanstelling als hoogleraar nederlandse letterkunde aan de Rijksuniversiteit Leiden.
Het beeldhouwwerk boven Verweys gedicht is van Lambertus Zijl.

Geef een reactie