
Ichthyologie, gedicht van Gerrit Achterberg
Gevonden op de gevel van het Centraal Dierenlaboratorium van de Radboud Universiteit in Nijmegen
Gerrit Achterberg (1905 – 1962) was afkomstig uit een orthodox calvinistisch gezin. Al op zijn negentiende stond hij als onderwijzer voor de klas. Zijn officiële debuut, De zangen van twee twintigers (samen met Arie Dekker), heeft hij nooit serieus genomen. Zelf zag Achterberg publicatie van enkele gedichten in Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift in 1926 en het verschijnen van zijn bundel Afvaart (1931) als doorbraak.
Na het verschijnen van de bundel kreeg Achterberg een drankprobleem en verbleef hij diverse keren in een psychiatrische inrichting, mede veroorzaakt door zijn problematische omgang met vrouwen. In 1934 verliet Achjterberg het onderwijs voor een baan als ambtenaar. Hij vond in Utrecht onderdak bij een hospita en haar zestienjarige dochter. Nadat hij op 15 december 1937 eerst de dochter zou hebben aangerand, schoot hij de hospita dood. Achterberg meldde zichzelf bij de politie, kreeg tbr en verbleef tot 1943 in diverse forensch psychiatrische klinieken.
In 1946 trouwde achterberg met een jeugdvriendin die lid was geweest van de NSB en naar verluidt minnares was van een Duitse SS-er. Aanvankelijk woonde het paar in Hoonte in de Achterhoek, later verhuisden ze naar Leusden.
Tussen 1939 en 1953 publiceerde Achterberg 22 bundels. In 1949 kreeg hij de P.C. Hooft-prijs voor En Jezus schreef in het zand. In 1959 werd zijn gehele oeuvre bekroond met de Constantijn Huygens-prijs.

Geef een reactie