
Prozapassage van Koos van Zomeren die zich door de opmaak haast laat lezen als een gedicht.
Gevonden aan het begin van de Sint Antoniusplaats in Nijmegen
Geplaatst op initiatief van de Literaire Bakens Nijmegen
Koos van Zomeren (* 1946, Velp) debuteerde als dichter toen hij negentien was met de bundel De Wielerkoers van Hank. Kort na elkaar schreef hij nog drie romans, waarn hij stopte met het schrijven van literatuur. Hij ging werken als journalist bij Het Vrije Volk. Maar voor zijn gevoel kon hij daar te weinig betekenen voor de arbeiders. Met enkele geestverwanten richtte hij in 1971 de Kommunistiese Partij Nederland/Marxisties Leninisties (KPN/ML), de voorloper van de SP op. In 1975 brak hij met die partij en met de politiek. Later heeft hij in diverse publicaties, zoals Een jaar in scherven, teruggekeken naar die tijd en ook min of meer verantwoording afgelegd.
Tussen 1975 en 1985 was Van Zomeren verslaggever bij Nieuwe Revu. Daarnaast schreef hij negen thrillers. In 1983 ging hij met Otto’s oorlog weer literatuur schrijven. Hij had columns in Vrij Nederland en NRC Handelsblad, schreef nog diverse romans, maar ook gedichten, essays en natuurreportages.


Geef een reactie