
Regel van Hans Andreus
Gevonden op het Lamme van Dieseplein in Deventer door Bea Ros
Hans Andreus (1926-1977) wordt geboren als Johan Wilhelm van der Zant. Op de HBS valt zijn dichterstalent voor het eerst op. Door conflicten met zijn stiefvader en druk van familieleden met NSB-sympathieën, verlaat hij de school voortijdig. Hij meldt zich als 17-jarige, zonder toestemming van zijn ouders, aan als oostfrontstrijder bij het Vrijwilligerslegioen Nederland, dat later zal opgaan in de Waffen SS. In Estland raakt hij gewond, waarna hij ongeschikt wordt verklaard voor actieve dienst aan het front. In 1944 keert hij terug naar Nederland, nadat zijn ouders de Duitse autoriteiten ervan hebben overtuigd dat zijn aanmelding onrechtmatig was.
In 1946 debuteert hij als dichter en kiest hij voor het pesudoniem Hans Andreus. In Amsterdam was hij bevriend geraakt met Bertus Swaanswijk, die zich in die naoorlogse jaren ontwikkelt tot vooraanstaand dichter en kunstenaar. In 1951 wordt Andreus redacteur van het literaire maandblad Podium. Daarnaast publiceert hij zijn eerste bundel, Muziek voor kijkdieren. Andreus woont enkele jaren in Parijs en Rome. Op Elba raakt hij in een psychische crisis die zich uit in agressie tegen zijn geliefde. Hij keert terug naar Nederland en gaat in therapie. Uit deze periode dateert de bundel De sonnetten van de kleine waanzin, die wordt beschouwd als een van de hoogtepunten uit Andreus’ oeuvre.
Na zijn herstel trouwt hij in 1957, maar dat huwelijk houdt slechts drie jaar stand. In 1962 trouwt hij opnieuw. Het echtpaar Van der Zant woont achtereenvolgens in Scherpenzeel, ’t Harde, Hoevelaken en Putten. Het leven buiten de grote stad bevalt de dichter Andreus goed, wat is terug te zien in de titels van zijn bundels: Groen land (1961), Aarde (1963) en Natuurgedichten en andere (1970). Behalve een kleine dertig dichtbundels schrijft Andreus ook verhalen voor kinderen en vertaalt hij Pinokkio van Carlo Collodi en werk van o.a. William Shakespeare en Oscar Wilde. Andreus overlijdt aan de gevolgen van botkanker.
Dit gedicht is afkomstig uit de bundel Muziek voor kijkdieren.

Geef een reactie